Terug

Ergens in oktober was ik in het noorden van Cyprus, samen met een Armeens-Cyprioot en de enige Turks-Cyprioot die we hebben in ons instituut. In mijn geliefde rode vierkante autootje zat een gezelschap waar de VN en de EU elk jaar miljoenen voor over hebben. Een Turks-Cyprioot uit het noorden en iemand uit het zuiden – een Armeense nog wel – samen op een lang weekend naar het bezette deel. Vrijwillig, voor de lol. Een waar bi-communaal project, maar dan gratis. Hoera!

Roadtrip!

We brachten twee dagen door op ‘Golden Beach’, een prachtig strand, met een kampeerterrein in de heuvels waar je in houten barakken kunt slapen. De eigenaar heet Hasan. Hasan is een bijzonder mens. Hij is geboren uit een huwelijk met een cynische achtergrond: toen zijn moeder jong was, waren Turks-Cyprioten in de Karpas zo arm dat families hun dochters letterlijk verkochten aan Arabieren op het vasteland. Zo ook Hasans moeder. Zie hier de basis voor een gelukkig huwelijk en een stralende jeugd voor de aldus geproduceerde kinderen.

Hasan wijdt er niet al te zeer over uit. Hij is blij dat hij in Cyprus, op het land van zijn moeders familie, een camping heeft. Hij heeft een kok, die alleen maar (en veel) Turks spreekt en die mij elke avond hielp met het aan mootjes hakken van mijn collega’s bij het backgammonnen, en een geit. De geit is beste vriendjes met een nest kittens, dat vrolijk over zijn hoeven buitelt en achter zijn staart aan rent. Op zaterdag, met een biertje in de zon, bekeken wij dat tafereeltje met Hasan, die de tijd had omdat wij de enige gasten waren. (Het was immers winter…) Hasan keek ons diepzinnig aan het vroeg retorisch: ‘Kijk nou. Als een geit en een kat, zulke verschillende dieren, elkaar nog kunnen begrijpen, waarom lukt het mensen dan niet?’ Wij knikten na deze wijze woorden even diepzinnig en lieten een filosofische stilte vallen.

Nadat wij zo een paar uur met Hasan aan de boemel hadden gezeten in die absurd mooie omgeving, zei mijn collega: ‘Deze hier gaat binnenkort weg uit Cyprus.’ Ze wees naar mij. ‘Voor hoe lang?’ vroeg Hasan. ‘Voorgoed!’ riep mijn collega dramatisch. Hasan keek daadwerkelijk verbijsterd. ‘Echt?’ Ik knikte. ‘Maar waarom? Waarom zou je hier nou weggaan?’ Hij zwaaide met zijn arm naar de omgeving. Goede vraag. ‘Ik weet niet,’ zei ik naar waarheid. ‘Ik vind mijn werk niet meer uitdagend…’ Het klonk absurd, en dat vond Hasan ook. Hij mopperde dat mensen tegenwoordig niet meer weten wat belangrijk is in het leven, dat ze allemaal maar voor geld en carrières veel te hard werken in stomme kantoren en ondertussen gaat de wereld naar de knoppen enz. enz. enz.

Tja. Als drie uur rijden van je huis het paradijs op aarde ligt, is het even lastig te bedenken waarom je ook alweer zo nodig weg wilde. En je geeft Hasan gelijk: een baan is maar een baan, wat een onzin eigenlijk, ik ga gewoon niet. Zo, dat is dan geregeld. We nemen nog een biertje.

Gelukkig moet ik na zo’n weekend vanzelf weer naar mijn werk, en dan is het weer duidelijk. Het is er gezellig, maar de uitdaging is er volledig uit. De database staat, is ingericht, men werkt ermee en is er blij mee (altijd tot op zekere hoogte natuurlijk, het blijft tenslotte een IT-systeem) en het verhaaltje is wel zo’n beetje uit. Echte grotere ambities zullen er nooit zijn. Waardoor mijn baan een gezellig roeiboottochtje werd op een kabbelend beekje. Afgewisseld met af en toe een Cypriotisch drama in 13 delen dat misschien wel amusant is, maar waardoor het werken er niet makkelijker van wordt.

Wat nu? Nou, solliciteren! In Nederland. Ik heb geluk dat weinig mensen doen wat ik doe. En nog meer geluk dat er een vacature ontstond bij de Universiteit Utrecht waarvan ik – zeker in deze tijden – alleen maar durfde te dromen. Het wordt hopelijk geen wildwater rafting, maar wat meer stuurkunst dan mijn huidige baan is er wel bij nodig. Lekker.

Morgenochtend vroeg ga ik. Het feit dat ik op de dag voor vertrek tijd heb om gezellig tegen u aan te babbelen, zal wel betekenen dat ik de boek op orde heb, en niet dat ik alles ben vergeten. Heb ik er zin in? Nee. De zon schijnt, mijn terrasdeuren staan open, de poes ligt nog nietsvermoedend in het dekbed gerold, buiten zijn bouwvakkers aan het werk die elke ochtend in zwaar Cypriotisch tegen elkaar schreeuwen en om mij heen ligt die gekke stad die Nicosia heet, gehavend en prachtig en getraumatiseerd en gehaast en stoffig en oud. Je moet gek zijn om hier weg te willen, maar je moet ook heel veel opgeven om hier te willen blijven. Je moet verstoffen en verstenen, samen met de stad zelf, klagend over de politiek en de prijsstijgingen, tot je vergeten bent dat er ergens ook een wereld is waar andere dingen bestaan. Het regent er weliswaar, maar je hoort er wel thuis.

Mijn uitzicht op dit moment.

Dus. Daar gaan we weer. Inpakken, telefoon en bankrekening afsluiten, en verhuizen. Alles wat ik mee wil nemen – veertien dozen vol souvenirs – is op dit moment onderweg per schip en vrachtwagen, heel Europa door. De rest is verkocht. Dozen vol spullen die op de zolder van mijn ouders staan, gaan daar weer af, naar Amsterdam, drempel over, lift in, lift uit, drempel over, naar mijn appartement in De Baarsjes. Precies zoals nog geen vier jaar geleden, toen ik er kwam wonen. En bijna twee jaar geleden, toen ik er weer wegging. Als u dit blog van het begin af aan gevolgd hebt, heeft u nu al medelijden met mijn vader.

1 Comment

Kater

Het leven van een poezenmoeder gaat niet over rozen. Gisteren was mijn Bambos/Bambi de hele dag weg. Ik had gehoopt op een gezellige zondag samen, maar nee hoor. En toen ze dan toch eindelijk thuiskwam, wilde ze na het eten meteen weer naar buiten. Geen gezellig praatje, geen kopjes, niks. Ik zei nog: het is hier geen hotel, maar ze was al weg. En wat bleek? Zodra ze buiten was, bleek dat buiten op de schutting een kater op haar zat te wachten. Als hij met z’n pootjes bij de pedalen had gekund, had hij ongetwijfeld op een Harley gezeten. En hij was nog zwart ook.

Samen dartelden ze de nacht in, huppelend over de daken, uit het zicht van mijn ouderlijk gezag. God weet wat dat beest vannacht heeft uitgevreten met mijn onschuldige meisje! Ik deed geen oog dicht, en toen het vanmorgen licht werd, was haar mandje nog steeds onbeslapen. En madam zelf was in geen velden of wegen te bekennen.

Dat wordt een hartig woordje vanavond. Zeker twee dagen huisarrest, en zonder brokjes naar bed. En als dat rotbeest mijn kleine Bambi met jong heeft geschopt, dan zwaait er wat.

Bambi, toen ze nog gewoon naar me luisterde

UPDATE
Nou, ze is er weer hoor. Met wat meer grijstinten in de vacht.

Poes

Ik heb een kat geadopteerd. Het bleek na veel oefenen dat ik zelf geen katten kan krijgen, dus adoptie bleef over als enige mogelijkheid.

Niet dat ik nou echt zat te wachten op gezinsuitbreiding. Maar ja, zoals mijn oma me altijd al op het hart drukte: ‘Eén moment van onbedachtzaamheid, maakt dat men jaren schreit’, en het blijkt maar weer dat oma wist waar ze het over had. Op een onbewaakt ogenblik, op een vroege ochtend, vond ik een klein zwartwit hoopje vacht, opgerold in de kussens van mijn buitenbank. Het schoot weg, over de schutting, naar het dak van de buren.

Een paar dagen later lag het er weer. Dit keer maakte ik wat minder lawaai en het zwartwitte hoopje bleef een paar minuutjes liggen voor hij er alsnog vandoor ging. U kent ongetwijfeld het verhaal verder wel: ik probeerde het vertrouwen van het beestje te winnen, gaf het wat te eten, en al snel ontwikkelde onze relatie zich als volgt:

Miauw?

Tja.

Katten zijn in Cyprus geen huisdieren, maar overlast. Het zijn er veel te veel, ze hangen rond bij afvalbakken, en ze zijn allemaal ziek. Daar komt bij dat een kat in Cyprus het meestal niet lang maakt. Ik heb al twee keer een kat van de straat moeten plukken omdat ze voor mijn ogen waren aangereden. Op de stoep leggen, aaien en wachten tot ze doodgebloed waren was het enige wat erop zat. Er hangen twee kittens rond in mijn straat die ontstoken oogjes hebben. Die gaan ook dood.

En het gaat verdorie al net als met kinderen: als je zelf zo’n mormel hebt om voor te zorgen, gaat je dat door merg en been. Om het allemaal nog erger te maken, reed ikzelf twee weken geleden een jong poesje aan. Hij/zij was niet snel genoeg weg van onder mijn auto toen ik wegreed van mijn werk, en hinkte met een duidelijk beschadigde rug weg van waar mijn auto net nog stond. Ik wist niet hoe snel ik naar huis moest racen (overstekende katten vermijdend) om te zien of mijn schatje de dag zonder kleerscheuren was doorgekomen. Uiteraard stond hij ongeduldig bij de achterdeur en kroop hij kerngezond en luid spinnend op schoot zodra ik buiten ging zitten.

Hij mocht toen nog niet binnenkomen. Hij was heel lief, maar ik wilde geen vlooienbommetje in mijn huis, en bovendien – hoe zeg ik dit nu eens aardig – hij stonk enorm uit z’n bek. Maar ja, ik wist dat het kwaad geschied was. De poes was van mij, of ik nou wilde of niet. Eigenlijk had hij mij geadopteerd. Gewoon door zo verdraaid schattig te zijn, vervelend mormel dat ‘ie is.

Dus ik legde mij neer bij het feit dat ik, in de strijd met mijn weke ruggegraat, een spectaculaire maar voorspelbare nederlaag had geleden, en daar gingen we. De poes en ik, naar de dierenarts. Ik had hem al Charalambos Hadjicharalambous genoemd (Bambos voor intimi), omdat dat de allercypriotischte naam ter wereld is, maar de dierenarts had een verrassing. Het is een meisje.

Maar goed, de naam is nu al ingeburgerd. Bambos het genderbendende poesje. Als u erg hecht aan de binaire seksedichotoom, mag u haar ook Bambi noemen. Alles aan haar is trouwens gezond, behalve haar gebit. Na een dikke twee jaar afval eten, moet ze hoognodig d’r tanden poetsen, en daarom geurt ze ook zo fijn. Het is zo erg dat een schoonmaakoperatie onder algehele verdoving nodig is, maar we moeten haar ook nog beroven van haar eierstokjes, dus dat kan dan in een moeite door.

Om het nog wat ingewikkelder te maken, ga ik binnenkort voorgoed terug naar Nederland. De meesten van u wisten dat al een tijdje. De verhuisdatum komt rap dichterbij. Inmiddels is zijn kwesties als ‘hoe doe ik dat met mijn spullen’ en ‘wat moet ik ook alweer allemaal regelen’ volledig verbleekt bij de grote vraag: HOE MOET DAT MET DE POES? De tocht naar de dierenarts maakte al duidelijk dat ze zo’n mandje waar ze dan in zou moeten, heel erg ontzettend enorm haat. In de praktijk zal ze daar van 8 uur ‘s morgens tot een uur of drie ‘s middags in moeten zitten. Auto, vliegveld, vliegtuig, auto.

Maar ja, ze is inmiddels van mij. En moederliefde gaat door roeien en ruiten, dus op 28 december is het zover. Dan stop ik haar voor haar eigen bestwil in een babyblauw plastic gevangenisje, voor de lange reis naar haar nieuwe vaderland. Misschien moet ik vast een warm truitje voor haar breien.

Pardon?

Toegegeven, ik was er even uit, maar eh… Eh?

(Ik beloof het, snel een fatsoenlijke update. Nieuws genoeg…)

Knal

Ja hoor, daar heb je het al. Gedonder. Moody’s en Standard & Poor’s (wie heeft die namen eigenlijk verzonnen?) hebben Cyprus voor straf in de hoek gezet. Het financiële beleid (of het gebrek daaraan) van de regering en de schade aan de energiecentrale hebben het laatste zetje gegeven.

Ondertussen zijn we hier op Cyprus nog steeds bezig met een marathonsessie zwartepieten voor gevorderden. Zo heeft men de euvele moed om functionarissen van de brandweer en het leger te schorsen, lopende het onderzoek naar de ramp, omdat ze te laat zouden hebben gereageerd op de explosies. De voorzitter van het parlement doet flink en roept dat ‘de verantwoordelijken voor de ramp zo snel mogelijk voor het gerecht zullen staan’. Het feit dat de regering twee-en-half jaar lang munitie heeft laten slingeren, en doelbewust waarschuwingen heeft genegeerd dat de boel op ontploffen stond, is blijkbaar niet iets waar we over moeten doorzeuren.

Verder heeft de president het kabinet naar huis gestuurd (hijzelf blijft uiteraard zitten, want, zo zei hij tegen een journalist die wat lastig werd: ‘ik ben verantwoordelijkheid schuldig aan de kiezers, niet aan de media’) nadat de coalitiepartner was opgestapt. Wie er nu het land regeert, is mij eigenlijk niet helemaal duidelijk. Misschien zit Christofias nu wel lekker in zijn eentje in het presidentieel paleis, tegen zichzelf te praten. Waarschijnlijk maakt het weinig verschil.

En ondertussen gaan de blackouts door. Elke dag twee-en-half uur, soms iets korter. Soms heel veel langer: vorige week woensdag werd in het gebied van de campus van The Cyprus Institute de stroom om half drie uitgeschakeld. Toen om acht uur ‘s avonds de stroom nog steeds niet terug was, belde een collega naar de electriciteitsbedrijf. Wat ik voor de grap riep (‘ze zijn zeker vergeten die schakelaar weer om te zetten, hahaha!’) bleek geen grap maar de werkelijkheid.

Ondertussen begint de temperatuur hier lekker op te lopen. Het is standaard zo’n 36 tot 39 graden, en dan is het best pittig als de airco de hele dag niet aan mag. Dus wat doe je? Dan hoor je van een land waar het al de hele zomer regent en je denkt: daar ga ik heen. Drie-en-halve week lang.

Morgen neem ik dus het vliegtuig naar Amsterdam. Ik neem een goede vriendin mee, die volgens mij denkt dat we elke ochtend gaan beginnen met een bezoek aan een seksshop en de rest van de dag stoned in een coffeeshop gaan liggen, en nu ik er zo eens over nadenk: waarom ook niet. Ik ben immers een toerist, en dan doe je die dingen. Bovendien is het dit weekend Gay Pride, en niets is leuker dan een buitenlander met open mond zien kijken naar blote leernichten op een boot. Ik heb er nu al zin in!

Mocht ik u persoonlijk kennen (wat gek genoeg – ik word nog eens beroemd – lang niet voor u allemaal geldt), dan moeten we natuurlijk afspreken. Mijn Nederlandse nummer is onveranderd en is vanaf vrijdag weer in bedrijf. Bel mij.

3 Comments

Stroom

Huishoudelijke mededeling: ik ben tijdelijk overgestapt op de oude layout van het blog. De nieuwe heeft een paar irritante kuren gekregen. Achter de schermen werkt uiteraard een groot team koortsachtig aan een oplossing. Tot nader orde dus even Chez Thea Retro.

Sinds de power cuts is er een bijzonder fenomeen het huishouden van Chez Thea ingeslopen. Die van de nieuwe tijdrekening. Mijn digitale wekker rekent niet meer vanaf middernacht, maar vanaf de laatste stroomstoring. Op dit moment is het zondagmiddag. Het is volgens mijn laptop 14:01, maar mijn wekker leeft in een parallel universum en vindt dat het 18:44 sinds de laatste power cut is. (Dat kon inderdaad erger. Het is weekend, we hebben geluk. Ik hoop dat mijn witte wasje het nog net redt voor de boel onverbiddelijk stilvalt.) De wekker opnieuw instellen, daar is geen beginnen aan, dus ik leef gewoon met het ding mee, niet meer in jaren Na Christus rekenend, maar uren Na Stroomuitval.

En hoe is dat nou, leven zonder stroom? Nou, dat valt erg mee, zeker omdat het maar twee uur duurt, en met wat pech later op de dag nog een keer twee uur. Het electriciteitsbedrijf heeft Cyprus verdeeld in 13 districten, en om de beurt gaan twee daarvan twee uur lang op zwart. Soms is er een tweede ronde nodig, zodat je vier uur van energie verstoken bent. Thuis maal ik er geen seconde om. Je kunt de vriezer niet al te vaak open doen voor ijsblokjes in je drankje, maar verder maakt het me weinig uit.

Op het werk is het een drama, omdat wij in ons gebouw dubbel getroffen worden: onze servers staan in een ander district dan het gebouw waar ik werk, dus bij stroomuitval in beide gebouwen hebben we geen netwerk. De laatste paar dagen hadden we zes van de acht uur geen verbinding met de buitenwereld.

Ook ‘s avonds is het iets lastiger, in het donker. De eerste paar dagen werd alleen tussen 8:00 en 20:00 uur het licht uit gedaan, maar dat is verlengd tot middernacht. Ik loop rond met een kaars, maar dat deed ik ook toen ik te lui was om de huisbaas te bellen toen ik na een onweersbui geen stroom had in de badkamer en slaapkamer.

Daar komt een heel leuke ervaring bij: in de hele oude stad is de stroom uit. Alles stil en alles donker. De eerste keer dat het ‘s avonds gebeurde, ben ik een rondje gaan maken. Om de hoek meteen al grappige taferelen: in een appartement waar Fillippijnen wonen, was iedereen op het balkon gaan zitten met een kaars in het kozijn. Helaas ook met een radio op batterijen, maar goed, het kan niet allemaal feest zijn. Een paar huizen verderop zat een oud vrouwtje in de deuropening op een oude stoel een zuchtje wind te vangen. Achter haar stond een olielamp op tafel. Die heeft ze zo weer uit de kast getrokken, natuurlijk. Ik zwaaide en ze zwaaide vrolijk terug.

Het allermooiste is nog wel de stilte. Wat een herrie maakt stroom eigenlijk. Nicosia is een lawaaiige stad. Mensen gebruiken hun airco’s ‘s winters als verwarming en ‘s zomers als verkoeling, en al die bakken staan op het balkon of op het dak te ratelen als oude wasmachines. Ook restaurants maken een hoop herrie met koelkasten, vrieskisten, weet ik wat. Alles is oud en alles zoemt, rammelt en ratelt.

Maar nu was er niets dan stilte. Heerlijk. Ik hoorde alleen maar mensen praten, auto’s en brommers voorbijrijden, en het gerinkel van mensen die aan het eten zijn. Na een tijdje besefte ik waar de sfeer me aan deed denken: een camping. Af en toe kwam ik een lantaarnpaal tegen die door een of andere speling van de bedrading wel stroom had, en verder zat iedereen buiten, op een stoel, in het donker, in de stilte. Waarschijnlijk net als ik stiekem te genieten van de stroomstoring. Mensen gingen er vanzelf ook een beetje van fluisteren. Inderdaad, net als op de camping. Je zou bijna met een WC-rol over straat gaan, op zoek naar het toiletgebouw.

Toen ik in Ledra Street kwam, de Kalverstraat van Nicosia, vroeg ik aan een verloren rondlopende serveerster van een café of ze nog iets serveerden. Ze keek vertwijfeld. ‘Eh… nou, niet veel…’ Een koud drankje met een bakje nootjes? Ja, dat lukte nog. En daar zat ik, op een terras, in het donker, met verderop alleen een tafel van drie.

Bij Da Paulo, een heerlijke Italiaan bij mij in de buurt, hebben ze een houtoven, dus die gaan vrolijk verder met pizza’s bakken als de stroom uitvalt, en omdat in de zomer alle tafels buiten staan met een kaarsje erop, verandert er voor de gasten weinig. Trouwens: ik durf ook te wedden dat in de dorpen mensen gewoon lekker elke avond de souvla tevoorschijn toveren en reactionaire taal uitslaan over nieuwerwetsigheden als electriciteit. Er zullen ook zeker mensen zijn die de traditionele klei-oven, die al jaren achterin de tuin staat te verstoffen, in ere herstellen en een lekkere kleftiko maken. Als oma nog leeft tenminste, want die weet nog als enige hoe het moet. Stel ik mij zo voor.

Ik geniet er maar van zolang het duurt. Grote bedrijven snorren steeds vaker generatoren op, zodat de stilte over een paar dagen of weken vast wel een stuk minder oorverdovend zal worden. Verder zijn noodgeneratoren uit Israel aangekomen, die uit Griekenland onderweg, en er is baanbrekend nieuws: het bezette noorden gaat ons electriciteit leveren. Het noorden heeft jarenlang stroom geleverd gekregen van het zuiden zonder ervoor te betalen, dus heel veel Cyprioten zullen nu mopperen dat het zal ze geraden zijn. Maar ook veel mensen vinden het verschrikkelijk om iets aan te moeten pakken van de bezetter. Ik las een paar dagen geleden op Twitter een bericht van iemand die zei dat hij, als die deal door zou gaan, uit protest zijn hoofdschakelaar om zou zetten tot de republiek zichzelf weer kon bedruipen.

En zo is dit, zoals alles, ook weer een verhaal over noord en zuid geworden. Morgen wederom een demonstratie, en het moet de grootste tot nu toe worden. Het schijnt de bedoeling te zijn dat we met z’n vijftienduizenden op komen dagen – wat absurd veel is, maar het zou zo maar kunnen.

Het is inmiddels 21:19 NS (Na Stroomuitval, en ja, ik heb ook nog even tussendoor een siësta gehouden), dus ik moet er hoognodig een eind aan breien. Laat ik u alleen nog even de wekelijkse column uit de Cyprus Mail lezen, die zogenaamd de mening van de oude mopperende mannetjes van een naamloze koffiezaak voorstelt. Men heeft een uitgesproken hekel aan de president, die ‘our comrade leader’ wordt genoemd (want communist), en weet alles met een azijnzuur sarcasme te brengen waar ik enorm om kan lachen. Deze week over de advocaat die is aangesteld om het drama te onderzoeken. Als uw Engels het aankan, lees en geniet.

Boem

Potverdorie. Zo zit je na het eten lekker op de plee de reclamefoldertjes door te nemen, en zo is het pikdonker.

Onverwachte problemen leveren die power cuts op… Naast mijn bed ligt zo’n bouwvakkerslampje dat ik ooit heb gekocht voor bij het kamperen, maar ik had even buiten de verrassing gerekend dat het licht ook best op zwart kan springen als je even eh, bezet bent.

Gelukkig had ik gisteravond weinig last van de stroomuitval, want ik moest toch net het huis uit, demonstreren. Het natuurlijke plein daarvoor is normaal gesproken Plateia Eleftheria, Plein van de Vrijheid. Een grappige naam, want in vertaling is dat hetzelfde als Tahrir Square, het plein in Egypte waar mensen net zo lang demonstreerden tot de dictator ten val kwam.

Een dictator hebben we hier niet. Wel een president, officieel communist, die zich overduidelijk niet zo veel gelegen laat liggen aan het gepeupel. Na de ontploffing van maandag, die het land nog maanden lam zal leggen en die aantoonbaar veroorzaakt is door ernstige nalatigheid van zeker vijf ministeries en het leger, liet hij zich niet zien, tot gisteren. Toen hield hij een matte toespraak op tv, waarin hij de demonstranten fascisten en rechtsextremisten noemde en vergeleek met coupplegers. De excuses waar veel mensen op wachtten, bleven uit.

Dat we hier niet bepaald te maken hebben met een club ongeregeld tuig, kun je zien in een leuke ‘time lapse’ video van het plein dat langzaam volloopt voor de eerste dag van de demonstraties. Nogmaals, dit is nog nooit gebeurd in Cyprus sinds de inval van de Turken in 1974.

Πλατεία Ελευθερίας, 12.7.2011 from Parathyro blog on Vimeo.

Dit was inderdaad Plateia Eleftheria, min of meer het centrum van Nicosia en het natuurlijke zwaartepunt voor een demonstratie. Maar er wordt gebouwd, waardoor er weinig mensen op passen, en men had een appeltje te schillen met de president, en die woont en werkt een eindje verderop in het Presidential Palace. Dus trok men naar die residentie, ongepland en ongeregeld, dwars door het drukke verkeer van Nicosia. Verhaal halen.

Sindsdien staat er elke avond een menigte op de rotonde voor het paleis, in plaats van op het Plateia Eleftheria. Georganiseerd via Facebook en Twitter, net als bij de grote broers van dit revolutietje. Of de president op die momenten ook thuis is, is onduidelijk, maar het is een machtig gezicht. Gisteren zei ik al dat Cyprioten niet demonstreren, tenzij ze door hun partij of vakbond zijn verordonneerd om op te komen dagen. Ik schreef ook dat het protest van die dag was vervallen in sectarisch gescheld, maar dat is blijkbaar veranderd, of de mening van een stel Twitteraars waar ik niet naar had moeten luisteren. Gisteravond stonden hier duizenden mensen, veel jongeren, maar ook oude dametjes in het zwart met een knotje in het haar, vrouwen met kinderen, echtparen van middelbare leeftijd. Er is een klein geïmproviseerd podium, en iedereen die dat wil, mag zijn zegje doen. Er staat gewoon een keurige rij, te wachten op een microfoon die zo goed en zo kwaad als het gaat, beheerd wordt door een jongen in een T-shirt en korte broek.

Mensen zijn heel, heel kwaad. Ze schreeuwen zo hard in die microfoon dat hun stem overslaat, en soms kunnen ze niet verder van emotie. Je hoeft geen woord Grieks te spreken om de strekking te begrijpen. Soms wordt er beleefd geluisterd, maar vaak komt er een groot applaus, en soms raakt iemand zo’n gevoelige snaar dat de menigte klapt en joelt en spreekkoren door de massa trekken. Gisteravond was ik er voor het eerst. Het grootste applaus was voor de man die zei dat Christofias z’n reet te groot is om te blijven zitten op de stoel van president. (Hij is inderdaad nogal aan de maat.) Ook heel populair was het meisje dat een boodschap van steun meebracht van ‘de overkant’: de Turks-Cyprioten.

Voor het hek van de residentie van de president. Ik sta hier redelijk vooraan; achter en links van mij staan nog veel meer mensen.

Onder de soldaten die omkwamen was een stel tweelingbroers. Op het bord van deze twee meisjes - ook een tweeling - staat 'Wij wensen de moeder van de tweeling-engeltjes veel sterkte'. Een beetje pathos is aan een Cyprioot wel besteed, dus ze waren de lievelingen van de demonstratie.

Ondertussen is het duidelijk dat de stroomvoorziening nog maanden een probleem zal zijn in Cyprus. Eigenlijk is het te ironisch voor woorden: Cyprus is een tot de tanden toe bewapend land, met meer legerbases dan glasbakken. Maar in plaats van door de vijand, is het land nu met één welgemikte klap door de eigen defensie naar de knoppen geblazen. Met zo’n leger heb je geen vijand meer nodig.

De economische gevolgen zijn heel groot. Ten eerste was deze centrale de nieuwste en veruit de grootste. De andere twee waren na het in gebruik nemen van de nieuwe centrale, min of meer bedoeld als backup. Ze zijn oud, hebben storingen, en de energie die er wordt opgewekt is duur. De rekening voor huishoudens en bedrijven, zal flink omhoog gaan en dat zal veel bedrijven, die toch al aan hun plafond zaten, de kop gaan kosten.

Ten tweede was de capaciteit van de vernielde centrale zo’n 60%. Het uitvallen zorgt voor een groot tekort, zoals wij nu al vier dagen merken, maar dat tekort zal ook nog eens maanden en maanden gaan duren. De schattingen lopen uiteen van zes maanden tot een jaar. In de perioden dat de stroom wordt afgesloten, werken websites en soms ook mobiele netwerken niet, kunnen mensen elkaar niet bellen over vaste lijnen, is de lift nemen onveilig, vallen geldautomaten spontaan uit, inclusief betaalautomaten in winkels, durven de toch al schijterige Cyprioten ‘s avonds niet meer over straat en wordt er in winkels ingebroken zonder dat het alarm afgaat. Elke middag steek ik drukke kruispunten over samen met tientallen andere auto’s die allemaal op hetzelfde moment doen alsof hun licht op groen staat. Al met al een behoorlijke slag voor de economie en het dagelijks leven. Economen hebben al gezegd dat de recessie nu weer terug bij af is.

Ten derde kost dit de overheid zeker een miljard euro. Dan gaat het om het herstellen van de centrale zelf, die 2,1 miljard kostte, het inkopen van noodaggregaten uit Israël en Griekenland, schade vergoeden, het langer laten doordraaien van oud materieel en meer van zulke dingen. Deels komt dat geld uit de verzekering, dus het is minder erg dan het in eerste instantie lijkt. Maar Cyprus heeft geen geld. Het land dreigt al een tijdje in dezelfde situatie te belanden als Griekenland (we doen tenslotte het liefst het moederland in alles na, ook in creatief boekhouden, financieel wanbeleid en oplopende tekorten), en dat schrikbeeld komt nu wel erg dichtbij. Voorlopig springt de EU bij. Maar wat als die, in ruil voor hulp, hervormingen wil?

Al met al het eiland met deze ramp behoorlijk vernaggeld. Tijdens de stroomstiltes zitten mensen bij elkaar, hun hoofd te schudden of heftige debatten te voeren. De overheid doet verder weinig, behalve mensen oproepen hun airco’s niet te gebruiken, maar daar luistert niemand naar.

Ikzelf hoop dat dit de Cypriotische politiek zo’n klap geeft, dat het wel anders moet. Dat mensen uit hun verzuilde clubje van ultra-nationalist, communist, conservatief en religieus kruipen en besluiten dat er problemen opgelost dienen te worden. Aan de andere kant: als een bezetting door Turkije dat al niet voor elkaar krijgt, dan is dat misschien wat optimistisch. We gaan het zien. Eerst maar weer eens een avondje demonstreren.

6 Comments

Plof

Er was eens een commandant van de marine in Cyprus, een van de hoge piefen, die een lading munitie op zijn basis had liggen. Hijzelf had daar grote bezwaren tegen, want de munitie was niet goed opgeslagen. Het waren 98 containers rechtstreeks van een schip getrokken, op een stapel gezet in een open veld en drie jaar laten liggen in de blakerende zon. Het materiaal was geconfisceerd van een schip dat onderweg was van Iran naar Syrië. Wat er precies in zat, wist niemand, want de regering sloeg alle buitenlandse hulp om de lading te onderzoeken, af. Het was een diplomatiek heet hangijzer, waarin Cyprus klem zat tussen de VS, de VN en Syrië.

Op de marinebasis woonden dienstplichtige soldaten, verderop was een camping en een populair strand. Bovendien stond vlak naast het terrein de grootste electriciteitscentrale van het eiland, net in gebruik genomen en verantwoordelijk voor ruim de helft van de stroom in Cyprus. De centrale draaide op olie en gas.

De commandant maakte zich ernstig zorgen over de situatie, zeker toen deze zomer de containers gevaarlijk bol begonnen te staan. Hij beval zijn soldaten: ‘Als er iets aan de hand is met de containers, onderneem geen actie, maar maak dat je zo snel mogelijk wegkomt.’ Omdat het leger, die het materieel bij de marine had neergezet, het vooral druk had met uitleggen dat ze er niks mee te maken hadden, schreef hij brieven naar de minister van defensie (een man van 74 die al voor zijn hartaanval van vorig jaar al bijzonder incompetent geweest schijnt te zijn), maar dat mocht niet baten. De opslag was veilig, schreef de minister terug. De commandant schreef vervolgens dat hij tenminste wilde dat de containers niet in de volle zon bleven staan en vroeg om 1300 euro om met zijn manschappen een overkapping te bouwen. De minister schreef terug dat daar in deze krappe tijden helaas geen geld voor was.

Vorige week werd er vergaderd over de containers en werd er besloten dat het inderdaad heel gevaarlijk was. De containers stonden bol van het gas, veroorzaakt door de hitte. Bij die constatering bleef het.

Afgelopen maandagochtend ontploften twee containers. De commandant stuurde zijn manschappen weg, en probeerde met drie anderen te voorkomen dat de brand oversloeg naar de andere 96 containers. Zoals hij zelf ongetwijfeld wel wist, was de situatie hopeloos en ging hij met containers, vier soldaten, zes brandweermannen en een electriciteitscentrale de lucht in. De ontploffing was zo hevig dat bij vrienden van mij, drie kilometer verderop, de ramen uit hun sponningen sprongen en bij de buren de voordeur dwars door de woonkamer vloog. Hun buurman, een Schot die in Irak heeft gevochten, sprong uit bed op zoek naar zijn wapen.

Een deel van de krater na de explosie, met slachtoffers onder lakens.


Op dit moment is ‘ground zero’ een krater van 100 meter diep en 500 meter doorsnee. De electriciteitscentrale is vrijwel weggevaagd. De beruchte minister is afgetreden, maar de president blijft zitten waar hij zit (waar hij zit, weet niemand, want hij laat zich niet zien). Dankzij het vroege tijdstip en dankzij de held van dit verhaal zijn er maar 12 mensen omgekomen. Heel Cyprus is woedend op het leger, de politici en opvallend genoeg ook op zichzelf. Diverse mensen hoor ik dingen zeggen als: we zijn een kloteland, het zijn niet de politici, het ligt aan onszelf dat we zulke sukkels in de regering kiezen, we willen blijkbaar zelf niet beter, enzovoorts.

Veel vrienden van mij gingen gisteravond naar de demonstratie die ook in Nederland het nieuws haalde. Cyprioten houden niet zo van demonstreren – de vele demonstraties die bijna wekelijks door Nicosia trekken, zijn meestal Palestijnen of andere immigranten, sneue clubjes die met 50 man strijden voor een hopeloze zaak – maar nu stonden er tienduizend mensen. En, nog unieker, die massa was redelijk eensgezind in hun doel: nu is het genoeg, aftreden met die kwast van een president Christofias. De president zelf is al dagen in geen velden of wegen te bekennen. In praatprogramma’s als ’60 Lepta’ (wat, inderdaad, 60 minuten betekent) laat hij een bloedirritante defensieve woordvoerder opdraven die iedereen binnen twee minuten op de kast heeft met uitspraken als: ‘de president wist van niets’ en ‘Het is de schuld van de VN‘.

Ook gisteravond waren er protesten (als je Facebook hebt, klik hier), maar inmiddels zijn die uiteengevallen in de aloude verdeeldheid tussen extreemlinks en extreemrechts, populisten, communisten en ander volk dat liever schreeuwt dan luistert. Nu pas snap ik wat mensen bedoelen als ze hun hoofd schudden en zeggen dat Cyprus nooit zal veranderen. De verdeeldheid en het populisme zijn zo groot, dat vrijwel niemand geïnteresseerd is in feiten, of de mening van een ander.

Ondertussen is er in Cyprus een ondercapaciteit aan stroom, en gaat elke dag tussen 8:00 en 20:00 uur afwisselend een deel van Cyprus twee uur lang op zwart. Zonder aankondiging valt de stroom uit. Vandaag was het zelfs twee keer twee uur, want de twee overgebleven centrales hebben het zwaar. Een ervan schijnt in problemen te verkeren. Als die ook uitvalt, is er maar 25% van de totale behoefte beschikbaar. In de zomerse hitte wordt dat geen pretje, zeker niet voor de airco-verslaafde Cyprioten. Werken was voor ons op het Cyprus Institute vandaag eigenlijk onmogelijk. Ik kon nog net een melding op de site zetten dat we wat slecht bereikbaar zijn, en toen viel het internet alweer uit.

Binnenkort zal ook een watertekort ontstaan, want drinkwater wordt hier gewonnen uit zeewater, en de ontzouting daarvan kost zoveel energie dat die centrales gisteren uitgeschakeld zijn. Al met al zal het nog maanden duren voor de electriciteit in Cyprus weer op capaciteit is, en dan is er nog de enorme economische schade. Cyprus zit al in zwaar financieel weer, en dit maakt het allemaal nog veel erger.

Gisteravond is een 13e slachtoffer overleden. Er ligt nog een jongen van 20 in het ziekenhuis die geen gezicht meer heeft. Vandaag is er weer een protest gepland voor de deur van het Presidential Palace. Uw razende reporter zal erbij zijn… Tot die tijd haal ik de meeste informatie uit de Twitterupdates van @OnThisIslandMag.

UPDATE: De woordvoerder van de president uitgejouwd bij de begrafenis van een van de officieren. Ook de uitvaart van de commandant van de marinebasis was een emotioneel tafereel. De president schijnt vandaag het land toe te gaan spreken.

6 Comments