Misvattingen over emigreren, #1

Omdat de vorige zo lang op zich liet wachten, als troost (u kunt tenslotte niet zonder mij, dat begrijp ik best) een extra stukje. En wel, in de serie ‘misvattingen over emigreren’, vandaag aflevering 1.

‘Verhuizen naar het buitenland, daar moet je goed over nadenken’

Een begrijpelijke gedachte. Maar er klopt niks van. Daar kwam ik achter de dag na mijn sollicitatie in Cyprus.

De dag van mijn sollicitatie, maandag 25 januari, had er op papier als volgt uitgezien:
10:30 – 11:30: korte rondleiding door Nicosia door een medewerkster van het instituut
11:45 – 12:45: eerste sollicitatiegesprek
13:00 – 14:00: lunch met de vice-president of research en de secretaris van ‘the board’
Vanaf 14:00 uur: vrij (het stond er echt).
15:00: gereserveerd voor eventueel tweede gesprek

En dan nog ‘s avonds uit eten met mijn misschien-toekomstige baas. Ik werd al moe toen ik het las. In werkelijkheid was de hele dag heel gezellig, met informatieve gesprekken en leuke mensen en na het tweede gesprek nog een rondleiding, dit keer over de campus, die buiten de stad ligt.

Toen aan het eind van de dag iemand vroeg: “Zal ik voor morgen een afspraak voor je maken met een makelaar?” had ik een vaag vermoeden dat het tijd werd voor de uiteraard volledig hypothetische vraag: stel dat ze me de baan aanbieden, wil ik hem dan ook?

Dus toog ik de volgende ochtend na een vrij onrustige nacht naar het Flocaf√© in Ledra Street voor de broodnodige introspectie op het terras. Daar zat ik dan. Kopje koffie, leuk uitzicht op de winkelstraat, en nu moest het toch echt gebeuren: nadenken. Hoe harder je je best doet, hoe minder goed het gaat. Hoe doe je dat eigenlijk? Voors en tegens opschrijven en dan het langste rijtje kiezen? Daar geloofde ik niet in. Nog veel minder geloof ik in ‘je hart volgen’. Maar wat dan? Je kunt toch niet zomaar besluiten om te gaan werken in een land waar je nog nooit eerder geweest bent? Waar je nu bij elkaar twee dagen hebt rondgelopen, en dan alleen nog in de hoofdstad? Leg dat maar eens uit, als je weer thuis bent. ‘Ik vond de omgeving van mijn hotel wel aardig, dus ik ga emigreren.’

Nadat mijn inner dialogue anderhalf à twee uur lang koppig had geweigerd een fatsoenlijk helder betoog te formuleren, moest ik weer terug naar mijn hotel, waar de makelaar me zou ophalen voor het bezichtigen van vier appartementen. De dag erna vloog ik terug naar Amsterdam, om vervolgens rechtstreeks naar mijn werk te gaan. Dat had ik aan mijn leidinggevende beloofd, omdat ik erop had gerekend dat ik inmiddels wel zou weten of ik de race om de baan had gewonnen of niet. Dat was niet zo Рde president moest nog besluiten. Die avond zou ik het horen.

Maar terwijl ik op mijn oude werkplek zat, met buiten een besneeuwde en bijna dichtgevroren Amstel, en binnen een hoop collega’s die zich afvroegen waarom ik op mijn vrije woensdag langskwam met een rolkoffer en een rare grijns, bleek dat ik op een of andere manier, toen ik even niet had opgelet, al had besloten dat ik op Cyprus ging werken, als ze me wilden hebben.

Hoe het zo is gekomen, kan ik u niet vertellen. Ik was er niet bij. Misschien heeft het iets te maken met de citroenboom waar ik die nacht over had gedroomd, en mijn uitspraak die ik me ineens herinnerde van een jaar of tien geleden: later als ik groot ben, wil ik ergens wonen waar ik een citroenboom in de achtertuin kan zetten. Maar de kans is heel groot dat ik dat er pas later die week bijbedacht heb. Je moet toch iets zeggen.

3 Comments

3 Comments

  1. Yay! “Ik weet niet, gewoon” is hands-down de beste reden om te emigreren. Fijne stukjes :)

  2. Misschien weet je het als je Het Slimme Onbewuste leest. Sommige dingen laten zich niet verklaren. Mooi, toch? Hoef je je keuzes nooit echt rationeel uit te leggen.

    Zal ik nog komen dweilen? Zo ja, ik kan woensdag, of zaterdag. In ieder geval tot vrijdag..