Stemmen

Lieve lezers, het is allemaal mijn schuld. Als ik niet zo dom, chaotisch en jetlagged was geweest, had de toekomst van het land er heel anders uitgezien. Geen extreemrechtse poederpruik als mogelijke minister, geen jongen die nog bij z’n moeder woont als premier.

Nou, OK, dat laatste is misschien nog te overleven. Van Balkenende vermoed je ook dat hij elke zondag bij z’n moeder gehaktballen gaat eten omdat ‘ie die nog altijd het lekkerst vindt. En als zijn vrouw haar wekelijkse bloemschikuurtje heeft en dus vroeg de deur uit moet, komt er vast iets uit de vriezer wat mama vorige zondag stiekem heeft meegegeven. En aan Balkenende zijn we toch ook niet ten onder gegaan. Nou ja, nauwelijks.

Stemmen per post

Maar goed, die verkiezingen dus. Ik had al weken en weken dat stembiljet in huis. En dan bedoel ik die grote lap met alle namen erop. Dat krijg je als je in het buitenland woont: een envelop met daarin dan weer andere enveloppen, wit en oranje, en kaarten die je moet ondertekenen en die lap met namen dus, waar je een naam met een rood potlood moet aankruisen. Dat hele verhaal gaat dan op de post naar Den Haag.

Tuurlijk. Een rood potlood. Wie heeft hem niet in huis? Dat was al het eerste struikelblok. Daarna kwam er nog het feit dat ik op reis ging, een week voor de verkiezingen. Nou leek mij dat eerst een voordeel, want de reis ging via Amsterdam naar New York, en Amsterdam, dat scheelt een paar postzegels! Fijn. Dat is dan geregeld. Stembiljet in de koffer, klaar.

Daar ging ik, van Larnaca naar Nederland, waar ik onder andere de vrijdagnacht bij een vriendin bleef slapen. Die ging met het ganse gezin de volgende dag vroeg de deur uit, en ik bleef achter met mijn stembiljet. Maaarrrr, wat heeft elk gezin met kinderen in huis? Kleurpotloden! Helaas, ook na het overhoop halen van de kamer van de peuter des huizes dook er geen rood potlood op. Mijn laatste redding bleek een stemlokaal op Schiphol te zijn, waar ik hopelijk mijn stembiljet zou kunnen inleveren op woensdag, precies de dag dat ik moest overstappen onderweg terug naar huis. Goed, dan eerst maar naar mijn einddoel van deze reis: New York.

U hoeft niet jaloers te zijn hoor. Ik wou niet, ik moest. Bijna twee jaar geleden had ik een telefoontje gekregen van een vriendin van me uit New York, die vroeg wat ik verwachtte in juni 2010 te doen te hebben. Het was herfst 2008, dus een helder beeld had ik daar nog niet van, maar ik voelde het vervolg al komen. Ze zou gaan trouwen, en of ik een van de bruidsmeisjes wilde zijn. Ik zat in de trein, dus het was onmogelijk om al te hard in de lach te schieten, maar onder het mom ‘try everything once’ zei ik: leuk, doen we!

Snel daarna bleek er een nog betere vriend te gaan trouwen in Melbourne in april 2010, en toen vormde zich een duivels plannetje in mijn hoofd. Wat moest ik met dat stuwmeer aan vrije dagen? Opmaken! En wel door middel van een reis die begon in Melbourne in april, via Nieuw-Zeeland naar San Francisco, en dan, als klapstuk, met de auto van San Francisco naar New York. Waar ik dan een week voor de bruiloft hoopte te arriveren. Ruim op tijd om de bruidsmeisjesjurk nog te laten vermaken.

Maar een paar maanden voor aanvang bleek dat het antwoord op die vraag wat ik in juni 2010 te doen zou hebben, ineens nogal veranderd was. Wat ik in juni 2010 zou doen, was in een ander werelddeel wonen, met al mijn spaarcentjes op, en nog tien vrije dagen te besteden dat jaar. Bovendien is bruidsmeisje zijn op een trouwerij in Amerika vast ontzettend leuk, maar het kost ook heel veel geld. Je betaalt de foeilelijke jurk (heel veel centjes) zelf, je koopt de schoenen (zilverkleurig op verzoek van de bruid) zelf, als je er een beetje leuk uit wilt zien betaal je ook de make-up dame en de kapster die langs komen om iedereen op te tutten, en dan zijn er nog sieraden. Welke sieraden? Juist, precies. En dan moet je nog ergens slapen, en dat ‘ergens’ bleek in dit geval een luxe hotel naast het vliegveld in Queens voor heel veel geld per nacht.

Dus ik ging, ik geef het met moeite toe, met frisse tegenzin naar New York, denkend aan die week van vakantiedagen waarmee ik naar Libanon had gekund, naar Egypte en naar Istanbul, allemaal om de hoek, en die ik nu opmaakte aan de trip die ik vanuit Nederland met zoveel gemak en zoveel minder geld had kunnen maken. Om mijzelf een beetje uit dit nutteloze chagrijn te halen, had ik een travelguide over New York gekocht, waarmee ik enige voorpret in het vliegtuig hoopte op te wekken.

Voorpret was er nog niet, jetlag wel. De allervreselijkste jetlag die ik ooit heb gehad. Ik vroeg mij af hoe ik dit allemaal tot een goed einde moest gaan brengen, en dat nam alleen maar toe tijdens de dag. Eén ding wil ik u op het hart drukken: mocht u een hekel hebben aan trouwen, word dan nooit bruidsmeisje in Amerika. U gaat namelijk het gevoel hebben dat u zelf de bruid bent. Het idee is namelijk dat u koppels vormt met een van de bruidsjonkers. Die van mij heette (en ik zweer het, ik maak geen grap) Theo. Ze hadden hem bewust met mij gematched, niet alleen vanwege die naam, maar ook omdat hij volgens de bruid ‘net zo gek als jij’ was. Wat dat ook moge betekenen, wij hadden het inderdaad ontzettend gezellig, terwijl we daar stonden te wachten tot we de synagoge in mochten.

Maar toen bleek dat de vier koppels van bruidsjonkers en -meisjes ook twee aan twee, heel gewichtig langzaam lopend met dat gekke loopje, die zaal in moesten, terwijl wij door de ganse kudde blij aangestaard werden. Pas als het eerste koppel hun positie hadden ingenomen bij de chuppah (min of meer het altaar waar de hele ceremonie plaatsvond), kwam het volgende in actie. Ik kon alleen maar denken: ik heb een jetlag, in mijn hoofd is het zeven uur ‘s ochtends, ik weet niet eens waar mijn linker grote teen zit als je het me vraagt, ik heb hoge hakken aan en een idiote paarse jurk, hoe kan ik dit ooit tot een goed einde brengen? De rest van de club had de woensdag ervoor een rehearsal dinner gehad, maar ja, toen zat ik nog op een klein eiland in het Midden Oosten een website te onderhouden. Was ik nu maar eerder gekomen, dit wordt niks, bij het zilveren huwelijksfeest hebben ze het er nog over, hoe dat gekke wicht uit Amsterdam de hele ceremonie vernaggelde door de verkeerde kant op te lopen/ in het smaakvolle bloemenarrangement te vallen/ in slaap te sukkelen tijdens het gebed.

Het gelukkige gegeven was echter dat Theo en ik allebei de langsten waren van allemaal, en dus kwamen wij als laatsten. Ik hoefde alleen maar drie keer te kijken hoe de rest het deed en het zaakje af te kijken, en zodoende keek iedereen geheel volgens plan naar de bruid en goddank niemand naar mij. En nee, hoezeer u ook smeekt, desnoods op uw blote knietjes, u krijgt geen foto’s.

De enige keer dat iedereen naar mij keek, was in de ochtend bij de bruid thuis, een kwartier voor de witte stretched limo voor zou komen rijden. Twee bruidsmeisjes en een bruid, stijf van de stress, stonden met een sleep in de hand in paniek mij aan te kijken. ‘Thea, de sleep is eraf gescheurd!’ En daar kwam Superthea, met nonchalant gemak de held uit te hangen met naald en draad. Hoera!

En na de bruiloft? Na de bruiloft kwam alles toch nog goed. Ik had nog twee dagen, en die heb ik niet in dat dure hotel voor de bruiloftsgasten, maar – gaat u even zitten – in een backpackershostel in Manhattan doorgebracht. Dames en heren, oude tijden herleefden. Ik had oordopjes, oogmaskers en een iPod, net als vroeger in Australië. Ik vermaakte me kostelijk. Ik liep twee dagen door Manhattan tot mijn voeten eraf vielen, ik stond heel casual met een take away cappuccino te wachten op de metro alsof het zo hoorde, en ook al had ik het heilige voornemen om alles te kopen wat ik wilde hebben, er bleek niet zo gek veel te zijn wat ik wilde hebben, en dat was maar goed ook, want het weinige wat ik toch kocht, werd bijna mijn ondergang. Landverhuizen is duur, en vliegtickets van Cyprus naar New York ook.

Even pauze en boos kijken naar the root of all evil

De nachtvlucht New York – Amsterdam heb ik slapend doorgebracht (verhaaltje over nooduitgangen gemist, diner gemist, ontbijt gemist, nog net voor de landing een kopje thee uit de handen van de stewardess weten te grissen), en zo kwamen we aan op Schiphol. En wat had ik daar moeten doen? Stemmen! En wat deed ik? Shoppen! Alsnog even snel een horloge gekocht (mijn vorige had ik ergens laten liggen) en god weet waarom, maar ineens leek een leven zonder oplader met zonnecellen mij volkomen onmogelijk. Deze laatste klap voor mijn banksaldo maakte dat ik mijn kopje koffie met mijn creditcard moest afrekenen, maar het leven was weer goed.

Maar ja. Ik had dus niet gestemd. Ik, die in een vorig leven voor elke godvergeten gemeenteraadsverkiezing en zelfs voor elk waterschap nog het grootste onweer trotseerde om mijn burgerplicht te doen! Gewoon vergeten! Thuis in Nicosia aangekomen bleek de volgende dag dat Cohen de race om het premierschap nipt had verloren van Rutte en dat hij nu als laatste strohalm uitkeek naar de stemmen per post uit het buitenland. Ik keek schuldbewust naar mijn schoenen. Gelukkig bleken die stemmen uit het buitenland voornamelijk voor de VVD te zijn, en ik herinnerde mij ineens dat ik helemaal niet van plan was geweest om PvdA te stemmen, maar GroenLinks of D66. Het stemmetje in mijn achterhoofd dat mij herinnerde aan twijfel of er toch niet strategisch gestemd moest worden, hou ik sindsdien stil met veel Jägermeister uit de tax free shop van Schiphol.

Ik vind trouwens nog niet eens zoveel mis met Rutte, maar wel met de mogelijkheid dat die kwaadaardige clown van een Wilders met zijn gesinterklaas over AOW en gezondheidszorg en zijn plattelands-xenofobie ook maar één smerige nagel in het kabinet weet te haken. Ik weet niet of het klopt, maar ik las in de krant dat bijna al zijn stemmers uit Limburg komen. Ik stel het volgende voor: wij, de rest van Nederland, beloven plechtig dat wij braaf al onze moslims zelf houden. In ruil daarvoor eisen wij dat alle PVV-stemmers uit Limburg voortaan de provinciegrenzen niet meer oversteken, zodat wij verder geen last van ze hebben. Op vakantie mag; de andere kant op graag (Torremolinos, Cote d’Azur, overal waar ze gewoon kroketten hebben). Dan mag Wilders lekker Commissaris voor de Koningin worden tot hij oud en seniel is, zijn we daar ook weer vanaf.

2 Comments

2 Comments

  1. Go Thea! Go Thea!! Je bent lekker op dreef….. :) geweldig stukje!

    • Haha, dank je wel. :) Op dreef ben ik natuurlijk pas als er enige regelmaat in die stukkies zit, maar ik beloof beterschap. Hand op m’n hart. Nu ik niet om de haverklap in een vliegtuig zit, moet het lukken!