Klusjesman

Ik heb een prachtig huis, maar er valt nogal eens iets uit elkaar. Dat geeft niks, de momenten dat er iemand langs moet komen om iets te repareren, zijn belevenissen op zichzelf.

Woensdagavond liet ik de electricien binnen, die mijn meterkast kwam repareren. Steeds als ik mijn airco (die langzamerhand een eerste levensbehoefte wordt nu het heter wordt) aanzette, sloeg al na een half uur de stop door. Niet handig. De electricien was een ontzettend vriendelijke man van een jaar of 50, 60, die steeds zei dat hij geen Engels kon, en ondertussen mij tijdens het vervangen van de stop de oren van het hoofd kletste, in gebrekkig maar prima te volgen Engels. Dit is trouwens een gesprek dat ik in een paar varianten al eens gevoerd heb met de man die mijn koelkast kwam repareren, de man die de wastafel in de badkamer weer vastschroefde, en de man uit Bangladesh die het element uit de heetwaterketel kwam vervangen. Zoals ik al zei: er moet nogal eens iets gebeuren.

- [Schroef schroef, zweet zweet] Woon je hier alleen?
- [IJskoffie makend] Ja.
- [Verbazing] Maar waarom?
- Nou, gewoon…
- Geen man?
- Nee, geen man.
- Maar hoe komt dat dan?
- [Nu zelf verbaasd] Eh… Tja, ik vind het eigenlijk wel lekker in mijn eentje…
- Nee, dat kan niet.
- Dat kan niet?
- Nee, dat kan toch niet… Waar wonen je ouders?
- In Nederland.
- Ach nee toch. Waarom ben je hier? Een mens heeft familie nodig.
- Nou, dat valt best mee hoor. Ik heb vrienden!
- Vrienden is iets anders. Wat als je straks in de badkamer uitglijdt en je hoofd stoot. Bewusteloos. Wie komt je dan redden?
- Haha! Nou, dat weet ik niet, maar ze komen vast wel kijken na een tijdje.
- OK, je hebt een gebroken been. Komen je vrienden je echt elke dag helpen? Eten brengen?
- Ik hoop het wel, ja.
- Het kan gewoon niet. Hoe oud ben je?
- Drieëndertig.
- Dan moet je opschieten! Straks ben je te oud… je weet wel.
- O, dat geeft niks, ik wil geen kinderen.
[De electricien is nu opgehouden met schroeven.]
- Geen kinderen?
- Geen kinderen.
- Dat meen je niet.
- Jawel. Ik hou niet van kinderen.
- Maar een gezin, iedereen wil toch een gezin!
- Brrr, ik moet er niet aan denken.
- Ach, er is niets mooiers dan kinderen krijgen. Dan weet je pas wat je doel is in dit leven…

En dit is het moment waarop je weet dat het werk nu zeker een uurtje langer gaat duren dan voorzien, want het startsein is gegeven voor het favoriete gespreksonderwerp van elke Cyprioot: een lofzang op het gezinsleven. Gek genoeg bevat deze lofzang bedriegelijk veel geklaag, maar dat is allemaal goedbedoeld. Na de uiteenzetting hoeveel kinderen er zijn, hoe oud ze zijn en of ze nog thuis wonen (wat altijd een nuttige toevoeging is, want ook van kinderen van achterin de twintig moet je niet zomaar aannemen dat ze het huis uit zijn) komt dan het feit dat de schatten dan wel schatten zijn, maar niet voor zichzelf kunnen zorgen. Ze willen alles – een eigen auto, elke dag het eten op tafel, een nieuwe telefoon, een appartement voor zichzelf zodat ze hun verkering ongestoord kunnen ontvangen – maar ze kunnen niets.

De electricien begon nu een lang toneelstuk over een recent gesprek met zijn zoon van 26. De zoon wilde het huis uit, een eigen appartement. De man vroeg hem een sinaasappel te pellen. ‘Hier, een mes en een sinaasappel. Schillen!’ In mijn huis deed de electricien met een citroen van mijn fruitschaal en zijn schroevendraaier als denkbeeldig mes, een mooie pantomime van een jongen die geen idee heeft hoe hij deze taak moet gaan volbrengen en steeds nijdiger wordt. ‘Hij heeft universiteit!’ riep de electricien tussendoor. ‘Hij kan nog geen sinaasappel schillen!’

Merk op dat de kwestie niet zozeer was of hijzelf, met zijn vrouw, zijn zoon misschien wat zelfstandiger op had moeten voeden. De kwestie was: die jongen wil alleen gaan wonen. Alleen! Volslagen waanzin: hij heeft een vrouw nodig!

Gelukkig had de man geen zoon van mijn leeftijd, anders had hij zijn zoon misschien wel in de aanbieding gedaan. Dat was gebeurd met de – trouwens ontzettend aardige en kundige – islamitische klusjesman uit Bangladesh, 31 jaar oud, die vertelde dat hij zonder vrouw niet meer bij zijn ouders kon aankomen in zijn thuisland, en dat hij daarom nu al drie jaar niet meer terug was geweest. Eerst zei hij dat in de variant van bovenstaande dialoog, maar die nam een andere wending toen hij een koran in mijn kast zag staan. Naast de bijbel weliswaar, maar ach, aan iedereen schort wel wat.

Mijn nieuwste aanbidder

Mijn nieuwste aanbidder

Vraag me niet waarom ik hier aan het aarden ben, maar ik ben hier aan het aarden. Voor mensen die hier geen familie hebben, kan de omgeving opvallend gul zijn. Onze secretaresse heeft besloten dat ze aan haar eigen kinderen niet genoeg heeft, en daarom komt ze me elke week wel de folder van een bezorgdienst van fastfood brengen. De Cypriotische variant van ‘Eet je wel goed, kind?’. Ze vraagt me ook elke dag na het werk of ik mee wil rijden, zodat ik die vijf minuten niet naar huis hoef te lopen, en omdat ik lui ben en het heet is en ik het gezellig vind, doe ik dat ook nog vaak, met als gevolg dat als ik vraag: ‘Ga je zaterdag mee winkelen?’, ze de vraag opvat als: ‘Kun je me naar het winkelcentrum rijden?’

De secretaresse houdt trouwens dezelfde lofzang op haar kinderen als de electricien. Ze moppert dat ze overal bij moet zijn, haar kinderen overal heen moet rijden, en dat ze geen tijd voor zichzelf heeft, maar ondertussen grijpt ze elke gelegenheid aan om de situatie nog erger te maken. Elke ochtend staat ze vroeg op, zodat ze de schooluniformen van haar kinderen kan strijken en hun warme lunch kan klaarmaken. De kinderen hebben nu vakantie, wat het nog drukker maakt. Als ze om twaalf uur ergens moeten zijn, dan belt moeders hen wakker vanaf het werk. Vergeet ze dat, dan worden ze boos. Een van haar kinderen gaat in september in Engeland studeren, en daarom heeft onze secretaresse het heel druk met het regelen van een bankrekening, een telefoonabonnement met het mobieltje van haar dochters keuze, een kamer in een goed studentenhuis, en als dochter vertrekt, gaat ze mee om de eerste boodschappen te doen. Hoe het in godsnaam moet met het kind als ze in het buitenland zonder mama zit, vertelt het verhaal niet. Elke dag als ik met haar meerij, ratelt ze af wat ze allemaal nog moet doen die avond. Soms denk ik weleens dat ze me vooral mee vraagt zodat ze iemand heeft om haar schema te overhoren, en af en toe zeg ik dan ook dingen als: ‘En hoe is het met het nieuwe paspoort van je zoon?’ Maar verder ben ik vooral bezig met mijn verbazing over hoe ze het volhoudt. Als kinderen opvoeden in Cyprus zo gaat, waarom wil iedereen dan zo graag?

Een Cyprioot houdt van zijn kinderen als geen ander, en ik moet toegeven dat ik na mijn eerste happen naar lucht van verbazing, inmiddels begrijp dat dit ook een systeem is, net als het onze. Moeder kookt, ook als de kinderen allang volwassen zijn. Eten moet een mens toch, liefst met z’n allen en de meeste mensen wonen dichtbij hun ouders. Bovendien kost het Cypriotische avondmaal de hele dag om klaar te maken. Er zijn moeders van volwassen getrouwde kinderen die de sleutel van hun huis hebben, niet voor noodgevallen maar gewoon, zodat ze altijd binnen kan komen om het huis schoon te maken, een monteur binnen te laten, op de kinderen te passen, én te spioneren natuurlijk.

Kortom, een ouder zorgt in dit land voor zijn kinderen tot hij niet meer kan. Dan draaien de rollen zich om en begint de verantwoordelijkheid van de kinderen. Want er zijn twee dingen die op Cyprus niet of nauwelijks bestaan: creches en bejaardenhuizen.

1 Comment

One Comment

  1. Wat een verhaal weer… Wat een idiote systemen heeft de mens toch bedacht om samenlevingen draaiende te houden, ongelofelijk!