Zon, zee, strand en crisis

Lieve mensen, op dit moment zit ik in Starbucks, me diep te schamen, gehuld in een burka. Nou ja, dat laatste is natuurlijk niet waar, maar ik zou het wel graag willen. Van top tot teen bedekt door een gewaad dat zelfs mijn vuurrode neus aan het zicht onttrekt.

Laat ik u eerst even terug nemen naar afgelopen vrijdagmiddag. Ik zat te lunchen met Charita en Anna, beiden collega’s, en die vertelden de ene anekdote vol roodverbrande Britten na de andere. De kust van Cyprus ligt er vol mee. Alsof ze iets te lang op een barbecue hebben gelegen. Als het mocht, zou de gemiddelde Cyprioot ze het liefst lekker knapperig afbakken en aan de zwerfkatten voeren, die vervelende Engelsen, maar ja, zo slecht voor de toeristische sector. Dus bouwen we nog maar eens een lelijk hotel aan de kust… We kwamen hierop omdat ik zaterdag naar Konnos Beach zou gaan met een Nederlandse collega en zijn vriendin, en voor die gelegenheid had ik in mijn lunchpauze extra heftige zonnecrème voor mijn lieftallige smoeltje aangeschaft. Mijn collega’s, behept met heel wat meer pigment dan ik, vonden factor 40 wel wat overdreven, maar dat zagen ze verkeerd. Vroeger, toen ik nog bij de padvinderij zat, moest ik bij nacht-expedities voorop lopen. Ik gaf namelijk licht in het donker, lekker handig voor de anderen (ik zweer op het graf van… eh, nou ja, hand op mijn hart dat ik het niet verzin). Zo iemand zouden ze eigenlijk bij de grens moeten weigeren, maar ja.

Tijdverschil met Nederland en met Zuid-Afrika is hier een uur, dus om vijf uur en geen seconde later rende ik overhaast het kantoor uit, naar de Ierse pub om de hoek, waar ik verwachtte Nederland naar God gevoetbald te zien worden door Brazilië. Na het eerste doelpunt bleek waar de Brazilianen zaten (in een hoekje, met z’n zevenen), en na het tweede en derde doelpunt bleek waar de Nederlanders zaten (in de rest van de kroeg). Aan de bar zat een man alleen, die na het tweede doelpunt van Nederland door de zaak brulde: “We eat Brazilians for breakfast!!” en daarna kalm zijn biertje opdronk. Zelfs de zeven Brazilianen moesten lachen. Wat een feest, wat een feest. We namen nog een biertje, en we waren gelukkig. En op mijn kantoor lag een eenzame tube zonnebrand voor het gezicht, factor 40.

Zaterdag bleek Konnos Beach er precies zo uit te zien als op de Google fotootjes. Wij namen twee parasols, eentje speciaal voor mij, en de rest van de dag trok ik in een omtrekkende beweging mee met de schaduw van de parasol. Ingesmeerd met factor 20. Wat kan er misgaan? Nou ja, een mens valt wel eens in slaap. Of misschien helpt zo’n dunne witte parasol ook geen ene moer. In ieder geval begon ik tegen drieën nattigheid te voelen, en dan nattigheid van het aangebrande soort. Op dat moment had ik natuurlijk een hapje moeten gaan eten op het terras van de taverna op de rotsen dat zo lekker in de schaduw van een hoop bomen ligt. Maar nee, dom blijven liggen. Het resultaat was meteen na thuiskomst wel duidelijk. Een drama van ouderwets Britse kwaliteit. Ik kan niet wachten tot ik morgen weer aan het werk mag. Gezellig lunchen met Anna en Charita…

Uitzicht vanaf de bar boven Konnos Beach

Uitzicht, toen we uiteindelijk toch maar op dat terras zijn gaan zitten.

Ik kan ook melden dat de eerste crisis inmiddels achter de rug is. Een paar weken geleden besloot ik dat Nicosia een kutstad is. Sterker nog, dat hele Cyprus mochten ze wat mij betreft afzinken. Weer een internationale crisis opgelost. Je mist er niks aan, vond ik. Mag ik even tieren? Komt ie.
De overheerlijke groenten en fruit liggen hier op de markt hoog opgestapeld, en toch lijkt de hele stad dagelijks van de afhaal te eten, want zelf koken, dat doet bijna niemand meer. Elke dag worden de folders van de bezorgdiensten met z’n tienen tegelijk door mijn brievenbus gedouwd.
Ze bouwen de hele stad, wat zeg ik, het hele eiland, vol met betonnen gedrochten, en laten de binnenstad met zijn prachtige historische gebouwen langzaam uit elkaar vallen.
Elke dag komt door het open raam een nieuw laagje stof uit Afrika of Saoedi-Arabië binnen, tenzij je net als de buren je raam stijf dicht houdt en de airco laat loeien. Dat zou sowieso verstandig zijn, want ik word langzaam opgevreten door een of andere steekvlieg die mijn slaapkamer terroriseert maar niet het handige bijbehorende gezoem van een mug produceert.
En nergens een goede slager of visboer te vinden, want de ganse stad haalt de boodschappen bij de enorme supermarkt in het overdekte winkelcentrum. ‘Loopafstand’ is hier trouwens een meter of vijf.
Men heeft in Nicosia zo’n grote haast gehad met de vaart der volkeren mee te moderniseren, dat met het badwater de baby, het vakmanschap en de tradities lijken te zijn verdwenen. Daarbij heeft men met verbazingwekkend scherpe neus alleen de negatieve kanten van die modernisatie weten te importeren. Cyprus is nog steeds racistisch, conservatief en provinciaal. Het vuile werk wordt gedaan door Aziatische immigranten die met de nek worden aangekeken, en die soms simpelweg worden misbruikt als (seks)slaaf.
Een van mijn Cypriotische collega’s heeft me bovendien op het hart gedrukt vooral in de kast te blijven, want anders zou ik het mezelf wel erg moeilijk maken. Waarover later meer.

Met andere woorden: wie wil daar nou wonen? Het antwoord is nog steeds: nou ja, ik dus. Grote Smurf weet waarom, maar ik vermaak me kostelijk. Nou ja, die paar weken geleden dus een paar dagen even niet. Maar dat lag in de lijn der verwachting, en inmiddels is dat crisisje helemaal voorbij. Ik heb een geweldige baan, bij een instituut dat mooie dingen doet (ook daarover later meer). Ik zou elk weekend kunnen gaan duiken als ik zou willen. Ik zou trouwens best willen, maar ik heb nog geen tijd gehad. En Nicosia, eigenlijk zo lelijk als de nacht, begint langzaam haar mooie kanten te onthullen.

Het blijft ook bizar en mooi en pijnlijk tegelijk om in een land te wonen dat verscheurd wordt door een bufferzone die ook de hoofdstad in tweeën heeft gehakt, met aan beide kanten mensen die ooit hebben moeten vluchten, en heen en weer geslingerd worden tussen de hoop dat het eiland ooit weer één wordt, en de verbittering over de misdaden en propaganda van de tegenstander, met wie men toch ooit weer door één deur zal moeten. En ook daarover later meer. Het wordt hoog tijd om eens op huis aan te gaan en wat eten te laten bezorgen!

2 Comments

2 Comments

  1. Zooo hee wat een goed stukje! Superleuk om te lezen (op dat stukje over het aanbakken na dan hè) ik verheug me op de ‘later meer’ onderwerpen. Goed aftersun smeren he…trakteer je huid op veel komkommer en de kwel zal snel tot het verleden horen.. Ik houd me aanbevolen als je weer eens ‘on tour’ bent door ons -inmiddels ook tropisch- kikkerlandje :)

    • Haha, komkommer en kwel. :-)
      Dank dank, wederom. Wat een complimenten toch steeds! Aan niemand vertellen hoor, maar misschien kom ik in augustus…