Hitte

Bij het schrijven van het stukje van vorige week over de bezetting (waarin volgens de baas slechts twee fouten in de weergave van de historische feiten, wat me alleszins meevalt – de eerste persoon die in de comments de twee fouten kan noemen, krijgt bij mijn volgende reis naar Nederland een Cypriotische worst cadeau) viel het me op dat ik niet alleen eventjes een paar weekjes van de radar was verdwenen, maar zelfs de hele maand augustus vrijaf had genomen.

Mijn integratie in de Cypriotische samenleving gaat vlotter dan ik dacht. Want wat men ook doet op Cyprus het hele jaar door, in augustus houdt men ermee op. Dan ga je blijkbaar onder een boom liggen met een sterke bak ‘Cyprus coffee’ die sprekend op Turkse koffie lijkt maar dat mag je niet hardop zeggen (of, als je een jonge hippe knappe stedeling bent zoals ik, met een frappé in een hippe koffietent in Protaras) en kom je er pas eind augustus weer vandaan. Ik was van tevoren gewaarschuwd dat ik beter op vakantie kon gaan. Nicosia is volgens de inwoners in augustus een spookstad. Restaurants dicht, straten leeg, kantoren verlaten, je krijgt van niemand iets gedaan.

Nou viel dat in de praktijk best mee. Ik zag wel veel minder auto’s op de weg, maar aangezien ik zelf in deze maand voor het eerst de weg op ging, juichte ik dat toe. Hoe leger die weg, hoe beter. Helemaal gepland was deze actie niet, tenminste niet door mij. Aan het eind van een doodnormale werkdag vroeg een collega: ‘Zeg, heb je zin in een avontuur?’ Lieve mensen, als iemand met een quasi-onschuldige blik zoiets aan je vraagt, in godsnaam, zeg nee. Want een half uurtje later zat ik achter het stuur van een four wheel drive, stuur aan de verkeerde kant, ruitenwisser waar de richtingaanwijzer hoorde, en ik werd geacht dit gevaarte van de parkeerplaats van ons kantoor naar het huis van de eigenaar te dirigeren. Maar goed, ook dit avontuur overleefd, en de secretaresse, die me een half uurtje later opbelde (‘Ik ga de weg op, is het alweer veilig?’) heb ik gewoon opgehangen. Daar, dat zal d’r leren.

Maar verder heb ik dus, net als alle andere Cyprioten, weinig uitgevoerd. Gewerkt, met de ramen dicht en de airco aan binnen gezeten, en geklaagd over de hitte. Want het is hier echt heel heel heel erg heet geweest. Nu bleken we ook nog een hittegolf te hebben, waardoor het kwik in een weekend steeg naar de schrikbarende recordhoogte van 46 graden. En wat deed Thea met haar logees op die bewuste zondag? Winkelen. In de binnenstad. Nee, dat is inderdaad geen goed idee, en uit pure hersenversmelting liet ik ook meteen mijn bankpas in de automaat zitten. Ik wist dat het me een keer zou overkomen, want anders dan in Nederland komt hier de pas pas terug nadat je het geld hebt gekregen. Geruime tijd nadat je je geld hebt gekregen, mag ik wel zeggen. De automaat toetert weliswaar heel hard zodra hij je die pas heeft aangereikt, maar als je er niet meer staat, kan ie toeteren wat ie wil, maar jij bent al met het zweet op de rug onderweg naar die koude frappé die je beloofd is. (En die overigens een eigen Hyves heeft, zie ik net.)

Die hitte, ik was ervoor gewaarschuwd. Een van de grappigste dingen die ik in gesprekken met Cyprioten heb gemerkt, is de vrees voor de hitte van de zomer. Je kunt in februari zeggen: ‘Ik doe mijn bananen niet in de koelkast, dat is veel te koud’, en dan zegt een Cyprioot: ‘O, maar in de zomer kan dat ab-so-luut niet, dan is het véél te warm!’ Kennelijk moet dit ook mijn fruitschaalbeleid in de rest van het jaar beïnvloeden. Ook als je zegt in april: ‘Goh wat is het hier toch lekker weer!’, zegt een Cyprioot: ‘Wacht maar tot het augustus is!’ ‘Jamaar dat maakt nu toch niet uit? Het is nu april…’ ‘Ja, nee, maar in augustus… Verschrikkelijk!’

Ze hebben gelijk, hoor. Het is ook verschrikkelijk. Ik loop elke dag van mijn huis naar het werk, en ik maakte kleine omweggetjes om zoveel mogelijk schaduw te pakken. Op het grote kruispunt waar ik elke morgen geduldig wacht tot het mannetje groen wordt (het mannetje staat trouwens scheef, waardoor hij altijd naar de hemel lijkt te lopen) word ik gewoonlijk door bejaarden, kleine kinderen en zwangere vrouwen ongeduldig opzij geschoven zodat zij zich doodgemoederd voor optrekkende auto’s kunnen werpen, en in augustus wilde ik ze eigenlijk volgen, zodat ik niet in de blakerende zon hoefde achter te blijven. Maar omdat ik een braaf suf mens ben, stond ik – jawel, zo diep kan een mens zinken – zoveel mogelijk in de schaduw van een lantaarnpaal, tot het groene mannetje zijn hemelgang weer zou beginnen.

Ik geloof dat ik in augustus alleen op mijn balkon kwam als ik ‘s ochtends rond een uur of zes wakker werd. Dan rende ik bijna naar het balkon, waar dan de hitte nog niet ondraaglijk was, genoot daar van een kopje thee, en als dan de eerste zonnestralen over de huizen van de buren heenkwamen, maakte ik dat ik binnenkwam. ‘s Nachts loeide mijn airco de hele nacht om de hitte buiten te houden, en alle ramen zaten de hele dag potdicht. Pas na een paar weken heb ik een soort van doortochtsysteem ontwikkeld waardoor ik de airco alleen nog maar hoefde te gebruiken tijdens buitensporig warme nachten, wat heel prettig was, want airco’s zijn stom. Ze rammelen, ze zoemen, ze produceren droge lucht en als je het raam open doet, hoor je de airco’s van de buren die op het dak staan te loeien.

Verder was het gewoon een kwestie van wachten tot het voorbij was, want er is geen ontsnappen aan. Als ik uit de douche kwam, had het eigenlijk geen enkele zin om mezelf af te drogen, want als ik het tweede been had gehad, was het eerste alweer overdekt met een glimmend laagje zweet. Ik hoorde van iemand die in de zon (jaja, die gekken heb je) een boek lag te lezen, dat de lijm in de rug van het boek simpelweg smolt en het boek uit elkaar viel. Het is echt allesoverheersend, een oven, een föhn, een sauna.

Maar ineens was het september, en was het ergste voorbij. Op een dag werd ik wakker, keek naar het weerbericht en dacht: “Joepie, het wordt dinsdag maar 37 graden!” We waren weer gewoon onszelf, we konden weer bewegen, en ons bijvoorbeeld weer buiten wagen voor de lunch.

Ik ben trouwens inderdaad in augustus op vakantie geweest, zoals het dringende advies was. Ik zat een weekje in Nederland, onder andere voor een verjaardagsfeestje in het park (waar ik, geloof het of niet, verbrand ben). Daar hoorde ik van een nieuwe trend die neerkomt op yoga bij een temperatuur van 40 graden celsius, negentig minuten lang. Die mensen zijn gek. Als het 40 graden is, zoek je een plek op in de schaduw en met een fris windje, en beweeg je verder zo min mogelijk. Dan mag de innerlijke vrede en harmonie fijn naar de pomp lopen.

EDIT. Gisteravond heb ik een foto gemaakt van het mannetje in het stoplicht, de rode variant. Interpretaties tot nu toe: een mannetje dat omvalt, een mannetje dat ballonnetjes aan zijn voeten heeft, en Superman. Ik vind die laatste nog het leukst.

Mannetje in het rood.

5 Comments

5 Comments

  1. Ik zou zo graag je advies over 40 graden en niet bewegen ter harte nemen, maar heb me helaas een belofte laten ontlokken om dat Bikram yoga te proberen…. :-(

  2. Hoi Thea,

    Wat geniet ik altijd van je ‘stukkies’! Naar die Cypriotische worst wil ik graag meedingen… Volgens mij zijn de twee foutjes in je ‘stukkie’ over het kolonelsregime de volgende:

    1) Ioanides c.s. pleegden geen coup op Cyprus, maar verkwanselden het aan de Turken, door ze hun gang te laten gaan bij de bezetting van het Noordelijke deel van het eiland.

    2) Er bestaan dus geen ‘Grieks-cyprioten’. Het Zuidelijk deel van Cyprus is Cyprus en niet een stuk Griekenland, al doen de bewoners er wel Grieks, zoals Grieks spreken, de Orthodoxie aanhangen, frapé drinken en in augustus onder een boom liggen.

    Leuke foto heb je trouwens van jezelf… Is dat je meest recente…? Het leven is kennelijk heel erg zwaar op Cyprus, al doet je stukkie anders vermoeden :-))

    • Sorry, allebei fout! De coup kwam eerst, daarna de (in sommige opzichten dus terechte) inval van Turkije.
      En de Grieks-Cyprioten zijn qua nationaliteit inderdaad natuurlijk in geen enkel opzicht Grieks, maar wel in taal en oorspronkelijke afkomst, hoewel dat laatste dan weer zo lang geleden is, dat je je kunt afvragen of dat niet onzinnig is om te beweren…
      We wachten andere reacties af.

      Dank voor de complimenten! En ja, die zon he… ;-)

    • Haha, ik had helemaal over het stukje heen gelezen wat een mens Grieks maakt. Onder een boom liggen lijkt mij inderdaad een essentieel onderdeel! :-)