Auw

Alles doet pijn. Iets specifieker: mijn beenspieren doen pijn van het jetskiën en mijn hoofd doet pijn van de whiskey.

Gisteravond ben ik ouderwets uitgegaan met mijn collega’s: bandje kijken. Dat gaat anders dan in Nederland. Want wat doe je in Nederland? Je trekt je spijkerboek, favoriete bandshirtje en je gympen aan en je kachelt om een uur of negen op je fiets naar Paradiso of de Melkweg, en daar sta je dan met je biertje in de hand te kijken of het nog wat soeps is, het bandje van vanavond.

In Nicosia ga je ten eerste pas om middernacht van huis. Je hebt je dan al meer dan uitgebreid opgedoft, zodat je hooggehakt en strak in de kleertjes voor de deur staat van een club. Daar zit een doorbitch die je naar je tafel brengt. Ja, ik zeg het gewoon nog een keer, zodat het even goed doordringt. Je wordt naar je tafel gebracht. Die tafel heb je gereserveerd, en hoe beter je vriendjes bent met de eigenaar van de club, hoe beter die tafel. Wij zaten vooraan, want wij hadden Natasha. Natasha kent de hele stad, en dan overdrijf ik niet. Je kunt met haar geen twee minuten door de stad lopen of ze heeft al weer iemand omarmd en uitgebreid gevraagd naar de gezondheid van ouders, kinderen, neefjes en nichten. Natascha heeft een hart waar heel Cyprus drie keer in past. En omdat ook de eigenaar van de club van gisteravond tot haar kennissenkring behoort, werden wij door de doorbitch (kort rokje, diep décolleté, dodelijke blik) naar de tafel vooraan gebracht.
Als je dan zit, wordt er wat gediscussieerd onder de aanwezigen, en valt de keus op a) een fles wodka, b) een fles whiskey of c) eh, nee, dat waren de twee opties. Die fles komt dan in zijn geheel op tafel, samen met wat ‘mixers’ (cola, sinaasappelsap, limoensap) en een emmer ijs. En die fles gaat dan op. En dan komt er een nieuwe. Ondertussen wordt de band op het podium natuurlijk met de minuut beter.

In dit geval schoot ik bij het aantreden van het coverbandje van de avond al meteen in de lach. Elk afzonderlijk bandlid vertegenwoordigde een ander rockcliché. De zanger denkt dat ‘ie Bono danwel Ed Kozidinges van Live is, de gitarist staat in zijn strakke leren broek Steve Perry van Aerosmith na te doen, de bassist vertegenwoordigt Jane’s Addiction, de tweede gitarist lijkt sprekend op Frank Black, maar dan nog dikker en met pretoogjes, en de drummer is, ach ja, de drummer is de drummer. Er was ook nog een achtergrondzanger, of een tweede zanger, die Demis Roussos in zijn jonge jaren nadeed.

Van links naar rechts: Frank Black, Demis Roussos en Steve Perry. De bassist stond achter een paal (het lot van de bassist) en Bono is even helpen bij het kaartjes afrekenen.

Nou is de grap: dit samengeraapt zooitje staat volgend jaar dan wel niet op Pinkpop, maar het klonk toch allemaal heel strak. Frank Black, het minst opvallend maar ondertussen wel de beste gitaarsolo’s uitpoepend, bleek ook nog een heel redelijke Eminem uit zijn stort te krijgen, en toen men ook nog eens Beat it van Michael Jackson ging coveren, waren deze jongens alle vijf zes mijn helden van de avond. Maar dat kan dus ook de whiskey geweest zijn.

Ik had ook iemand meegenomen, die ik een week eerder had ontmoet. Hij woont nog maar een maand in Nicosia en wilde graag nieuwe mensen leren kennen. Hij komt uit Londen, waar hij onder andere is weggegaan omdat hij ontevreden was met zijn leven, dat wel erg veel feesten, drugs en alcohol bevatte. Aan het eind van de avond was wel duidelijk dat verhuizen naar Nicosia waarschijnlijk niet de oplossing is: hij lag bewusteloos op de tafel.

Over mijn zaterdag vol fout toeristenvermaak, inclusief de Londenaar die in zijn boxershort in een restaurant ging zitten, morgen meer, want ik moet naar bed. Tot later!

2 Comments

2 Comments

  1. Briljant!!! whahahah ik wil dat bandje ook zien!!

    • Dat kan geregeld worden… Ik zet Natascha even aan het werk. ;-)
      (O ja, en dat wat ik over drummers zei, dat meende ik niet echt hoor… ;-))