Poes

Ik heb een kat geadopteerd. Het bleek na veel oefenen dat ik zelf geen katten kan krijgen, dus adoptie bleef over als enige mogelijkheid.

Niet dat ik nou echt zat te wachten op gezinsuitbreiding. Maar ja, zoals mijn oma me altijd al op het hart drukte: ‘Eén moment van onbedachtzaamheid, maakt dat men jaren schreit’, en het blijkt maar weer dat oma wist waar ze het over had. Op een onbewaakt ogenblik, op een vroege ochtend, vond ik een klein zwartwit hoopje vacht, opgerold in de kussens van mijn buitenbank. Het schoot weg, over de schutting, naar het dak van de buren.

Een paar dagen later lag het er weer. Dit keer maakte ik wat minder lawaai en het zwartwitte hoopje bleef een paar minuutjes liggen voor hij er alsnog vandoor ging. U kent ongetwijfeld het verhaal verder wel: ik probeerde het vertrouwen van het beestje te winnen, gaf het wat te eten, en al snel ontwikkelde onze relatie zich als volgt:

Miauw?

Tja.

Katten zijn in Cyprus geen huisdieren, maar overlast. Het zijn er veel te veel, ze hangen rond bij afvalbakken, en ze zijn allemaal ziek. Daar komt bij dat een kat in Cyprus het meestal niet lang maakt. Ik heb al twee keer een kat van de straat moeten plukken omdat ze voor mijn ogen waren aangereden. Op de stoep leggen, aaien en wachten tot ze doodgebloed waren was het enige wat erop zat. Er hangen twee kittens rond in mijn straat die ontstoken oogjes hebben. Die gaan ook dood.

En het gaat verdorie al net als met kinderen: als je zelf zo’n mormel hebt om voor te zorgen, gaat je dat door merg en been. Om het allemaal nog erger te maken, reed ikzelf twee weken geleden een jong poesje aan. Hij/zij was niet snel genoeg weg van onder mijn auto toen ik wegreed van mijn werk, en hinkte met een duidelijk beschadigde rug weg van waar mijn auto net nog stond. Ik wist niet hoe snel ik naar huis moest racen (overstekende katten vermijdend) om te zien of mijn schatje de dag zonder kleerscheuren was doorgekomen. Uiteraard stond hij ongeduldig bij de achterdeur en kroop hij kerngezond en luid spinnend op schoot zodra ik buiten ging zitten.

Hij mocht toen nog niet binnenkomen. Hij was heel lief, maar ik wilde geen vlooienbommetje in mijn huis, en bovendien – hoe zeg ik dit nu eens aardig – hij stonk enorm uit z’n bek. Maar ja, ik wist dat het kwaad geschied was. De poes was van mij, of ik nou wilde of niet. Eigenlijk had hij mij geadopteerd. Gewoon door zo verdraaid schattig te zijn, vervelend mormel dat ‘ie is.

Dus ik legde mij neer bij het feit dat ik, in de strijd met mijn weke ruggegraat, een spectaculaire maar voorspelbare nederlaag had geleden, en daar gingen we. De poes en ik, naar de dierenarts. Ik had hem al Charalambos Hadjicharalambous genoemd (Bambos voor intimi), omdat dat de allercypriotischte naam ter wereld is, maar de dierenarts had een verrassing. Het is een meisje.

Maar goed, de naam is nu al ingeburgerd. Bambos het genderbendende poesje. Als u erg hecht aan de binaire seksedichotoom, mag u haar ook Bambi noemen. Alles aan haar is trouwens gezond, behalve haar gebit. Na een dikke twee jaar afval eten, moet ze hoognodig d’r tanden poetsen, en daarom geurt ze ook zo fijn. Het is zo erg dat een schoonmaakoperatie onder algehele verdoving nodig is, maar we moeten haar ook nog beroven van haar eierstokjes, dus dat kan dan in een moeite door.

Om het nog wat ingewikkelder te maken, ga ik binnenkort voorgoed terug naar Nederland. De meesten van u wisten dat al een tijdje. De verhuisdatum komt rap dichterbij. Inmiddels is zijn kwesties als ‘hoe doe ik dat met mijn spullen’ en ‘wat moet ik ook alweer allemaal regelen’ volledig verbleekt bij de grote vraag: HOE MOET DAT MET DE POES? De tocht naar de dierenarts maakte al duidelijk dat ze zo’n mandje waar ze dan in zou moeten, heel erg ontzettend enorm haat. In de praktijk zal ze daar van 8 uur ‘s morgens tot een uur of drie ‘s middags in moeten zitten. Auto, vliegveld, vliegtuig, auto.

Maar ja, ze is inmiddels van mij. En moederliefde gaat door roeien en ruiten, dus op 28 december is het zover. Dan stop ik haar voor haar eigen bestwil in een babyblauw plastic gevangenisje, voor de lange reis naar haar nieuwe vaderland. Misschien moet ik vast een warm truitje voor haar breien.