Lui

In augustus schreef ik over mijn adoptieneef, die tijdelijk bij mij kwam wonen als springplank naar een lang en gelukkig leven in Amsterdam. U zult vooral gelachen hebben om de naïviteit waarmee ik riep: ‘Misschien blijft die jongen hier wel weken!

Uiteraard kijkt u er niet van op dat ik, drie maanden later, nog steeds mijn adoptieneef over de vloer heb. Zijn status is geruisloos overgegaan van ‘logé’ naar ‘tijdelijke huisgenoot’. Vreemder is het dat in die drie maanden geen onvertogen woord is gevallen. U bent verbaasd hè? Ik ook. Maar het feit blijft dat neefje (hyperactief, meer kleren dan Carrie Bradshaw, idolaat van Beyonce) en ik (liever lui dan moe, in het bezit van maar liefst twee spijkerbroeken – waarvan één in de goede maat -, idolaat van oude mannen met gitaren) vrijwel niets gemeen hebben, maar het toch prima redden in dit appartementje. En met ‘prima redden’ bedoel ik niet alleen dat we elkaar niet in de weg zitten. We hebben het over het niveau waarin ik regelmatig op zaterdagnacht mijn bed uitkruip voor ‘nog één borreltje dan’ als hij thuiskomt van een of ander nachtbrakerig avontuur, en waarin ik per sms een kopje thee kan bestellen terwijl ik op mijn iPad TV lig te kijken in de slaapkamer.

Een groot nadeel is wel dat ik er ook tot mijn eigen afgrijzen moederlijke teksten uitgooi in de trand van ‘Eet toch eens wat! Je bent veel te mager.’ Daarna sla ik dan verschrikt mijn hand voor mijn mond terwijl tegenover mij een snotjong van 21 gierend van zijn stoel rolt. Blijkbaar heeft zijn moeder bij het pakken van de koffer ook haar Cypriotische moederkloekinstinct in een sok gesmokkeld ofzo.

Terwijl ik worstel met een lichte identiteitscrisis, zien sommige mensen om mij heen louter voordelen. Ongeveer anderhalve dag nadat hij zijn monstreus grote koffer had binnengerold, botvierde mijn adoptieneefje zijn organisatiewoede op mijn huis. Dat kon het huis best gebruiken. Een paar weken later kwam mijn moeder langs. Zodra ze binnenkwam en de woonkamer zag, grinnikte ze sarcastisch. ‘Wat is hier gebeurd?’ vroeg ze, precies op het moment dat neefje vanuit de keuken riep: ‘Let alsjeblieft niet op de rommel!’. Sindsdien houdt mijn moeder van mijn adoptieneefje.

Maar ik wilde het eigenlijk over een permanentere revolutie in mijn leven hebben. Ik krijg een Albert Heijn. Om de hoek. Letterlijk om de hoek. Waarom kijkt u nu zo teleurgesteld? Dit is een wonder. Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. De zon is doorgebroken, al mijn problemen zijn opgelost, van nu af aan wordt alles beter!

Ja ja ja, de Albert Heijn is een middelmatige supermarkt. Ja ja ja, je koopt er drie takjes munt in een plastic bakje voor 1,79 en zogenaamd duurzaam vlees dat net zo hard gemarteld is als het andere vlees, en meer van die oplichterij. Kan me niet schelen. Want uw ‘warme’ bakker op de hoek is ook geen heilig boontje en bovendien: vroeger moest ik voor die oplichterij maar liefst 800 meter fietsen. Achthonderd meter. Dat deed ik dus vaker niet dan wel, dat snapt u. Thuisbezorgd.nl heeft een goeie klant aan mij. En Café Cook ook, want daar ging ik dan maar soep eten op zaterdag als de koelkast leeg was. Want Café Cook is maar 400 meter.

Dat klinkt natuurlijk allemaal heel aanstellerig, maar zo werkt het nu eenmaal. In Oud-West, waar ik tien jaar gewoond heb, had ik ook een AH om de hoek. Die was klein en de lossende vrachtwagens onder mijn raam rammelden mij met hun rolcontainers regelmatig uit mijn slaap, om over de rotzooi nog maar te zwijgen, maar dat werd allemaal goedgemaakt door één voordeel: elke middag na het werk liep ik binnen en bedacht ik ter plekke wat ik ging eten. Nu mijn werk- en reistijden balanceren op het randje van belachelijk, is het feit dat ik voor de boodschappen op de fiets moet als ik om half acht thuiskom, een vaak onoverkomelijk nadeel.

Maar nu, na een half jaar bouwen, een half jaar waarin ik ‘s avonds regelmatig de afzetting van de bouwplaats overklom zodat ik als een blij kind met de neus tegen de ramen gedrukt kon kijken naar de rotzooi, brandt er nu licht. Licht in een ontzagwekkend grote ruimte met glinsterende schappen en glimmende vloeren. En licht in mijn bestaan. Gisteravond heb ik mijn tijdelijke huisgenoot tot wanhoop gedreven door en plein publique een vreugdedansje te doen toen ik zag dat alle schappen al gevuld zijn. Als je nu naar binnen kijkt, en dat doe ik veel te vaak en veel te lang en met een veel te blij gezicht, dan zie je eindeloze rijen koffie en cola en pakken rijst (en ook, las ik op de Facebookpagina van de winkelstraatmanager, 8 meter chips). In het gelid als een Noord-Koreaanse leger-eenheid tijdens een parade. Ik word er heel gelukkig van.

Niet iedereen is zo blij. Meteen nadat bekend werd dat er een AH zou komen op de plek waar toen nog een deprimerend rijtje vage stomerijen en reisbureaus zaten, brandde het koor van mopperaars los. Alweer zo’n eenheidsworst, kleine groenteboeren en kaaswinkels gaan er aan onderdoor, waarom is die verlichting zo ongezellig, ik had veel liever een Jumbo gezien, waarom geen HEMA, ik ben gewoon tegen kapitalisme, enz. enz. Daarnaast zijn er heel veel mensen die wel terecht klagen, omdat die veel overlast hebben gehad van de verbouwing. Die hebben blijkbaar zitten schudden in hun bovenwoning, kijkend naar de steeds groter wordende scheuren in de muren. Dat is heel erg, en daar moet AH zich voor schamen. Maar misschien is een troost dat er om de hoek een buurvrouw woont wier leven, voorheen vol bezorgpizza, bijkans gered is door de veroorzaker van deze verbouwingshel.

Woensdag gaat hij open. Mijn Albert Heijn. Ik kan hem wel knuffelen.

3 Comments

3 Comments

  1. Aahhhhh Gefeliciteerd met je nieuwe AH. Een kreet van opluchting in twee letters. Eet smakelijk!!! (Toffe blog weer…meer meer meer!!!!!)

    • Ha! Wat een ego-verhogende dingen zeg je toch altijd over mijn blog… Dank je wel! Binnenkort meer. Echt. Beloofd.

  2. Geweldig Thea, ik dacht nog even, waar gaat dat heen met dat adoptieneefje???