Blogmarathon (5): babynamen

Dit is aflevering 5 van de blogmarathon voor het Rode Kruis. Ook meedoen? Doneer minstens 10 euro en kies het onderwerp van een blogpost. Alles mag, als het maar geld oplevert. Lees meer in de introductie over hoe het werkt. De stand: 135 euro! We gaan goed, maar er kan nog meer bij. Om de boel nog wat aantrekkelijker te maken: als we de 200 halen voor het Rode Kruis, doneer ik zelf ook 200 euro aan Amnesty International, aan het eind van deze actie. Voor de langetermijnoplossing, zal ik maar zeggen.

Ik loop natuurlijk idioot ernstig achter met deze actie. Na dit stukje staan er nog twee in de wacht, en die ga ik de komende weken doen. Daarna ga ik nog even doorzeuren of er nog mensen zijn die ons aan de 200 euro willen helpen, en dan breien we er een eind aan. Dus mocht u nog willen bijdragen, haast u!

Naam: Mw S J Rooseboom
Omschrijving: Voor het Rode Kruis. Blogonderwerp: Thea. De naam. Is het wat? Ik zoek een babynaam, raad je Thea aan?
Datum: 25 september 2014

Dit is wat er ineens in september op het rekeningnummer van de blogmarathon stond. Wat een verrassing. En wat een verantwoordelijkheid! Mijn advies gevraagd over een kwestie die zo’n kind nog jaren kan achtervolgen!

Dit is natuurlijk allemaal mosterd na de maaltijd, want deze donatie kwam in september, en zes weken later is het kind vrolijk en wel (nou ja, brullend en in de war, neem ik aan) ter wereld gekomen. En mama heeft het meisje gelukkig gewoon haar naam gegeven.
Maar omdat een belofte nou eenmaal een belofte is en ik had beloofd een blog te schrijven over elk onderwerp dat geld oplevert, en om eventuele andere twijfelaars ter zijde te staan, wil ik hierbij een bindend stemadvies uitbrengen.
Doe het niet.

Ik zal de clue vast weggeven: ze heeft het ook niet gedaan. Zelfs als ik haar niet gekend had, had ik dat zeker geweten, want je kunt opzoeken hoeveel baby’s in 2014 de naam ‘Thea’ hebben gekregen. Ik heb een screenshot gemaakt van de uitslag.

Van alle baby’s die in 2014 zijn geboren, heet er niet een Thea. Dus ook die van Sanne niet. Gelukkig maar.
Sowieso is de kwestie ‘hoe noem ik mijn kind’ een drama natuurlijk. Het kan alleen maar fout gaan. Je hoort nooit mensen zeggen: “O wat heb ik toch een voornaam die mij vooruitgeholpen heeft in het leven!” (Achternamen zijn een ander verhaal natuurlijk…) Nee, het is altijd geklaag. Is hij doorsnee, dan vinden mensen het saai. Is hij bijzonder, dan schrijft iedereen het verkeerd en moet je het steeds weer spellen, aan de telefoon met de belastingdienst. Blijken je ouders meegegaan te zijn in een hype en je Sterre of Wolf te hebben genoemd, dan staat het stereotype al klaar, nog voor je op je sollicitatiegesprek bent gearriveerd: verwend nest met vrije school-opvoeding, die nemen we natuurlijk niet aan.

En dan is er natuurlijk nog het schrikbeeld dat er, nadat je kind ter wereld is gekomen, een wereldster met dezelfde naam opstaat die kutmuziek maakt en met wie je kind vervolgens op het schoolplein achtervolgd wordt, misschien zelfs wel letterlijk. Je zal maar toevallig Beyoncé heten en dus al op je elfde trots moeten zijn op je status van ‘single lady’ (het arme kind bestaat echt, kijk maar). Over Theo & Thea hoef ik het hopelijk niet te hebben. Dat doe ik namelijk liever niet. Vorig jaar zat ik in dezelfde treincoupé als Arjan Ederveen. Ik fantaseerde de hele weg van Rotterdam naar Amsterdam over hoe het zou zijn als ik me zou voorstellen. “Hallo Arjan, ik ben Thea.” (Wat trouwens extra vreemd zou zijn omdat mijn broer Arjan heet, maar dat terzijde.) Ik stelde me voor dat een scala aan emoties over zijn gezicht zou trekken, om te eindigen in schuldgevoel. En terecht.

Ik zou dus geen oog meer dicht doen als zwangere, terwijl dat ongeboren kind maar groter en groter groeide en elke dag harder tegen mijn ingewanden aanschopte. Sommige mensen vinden dat geschop leuk. Ik persoonlijk denk dat het niet zo schattig bedoeld is. Ik denk dat zo’n kind daarmee alleen maar wil aangeven: “Schiet je een beetje op? Ik ben bijna af!” Geen wonder dat de donateur van dit stukje er geld voor over had om de verantwoordelijkheid uit te besteden. (Vrij veel geld zelfs, waarvoor veel dank!)

Gelukkig was de vraag niet: “Hoe noem ik mijn kind?” maar “Zal ik haar Thea noemen?” Dat is een aanzienlijk makkelijkere vraag. Nee, natuurlijk niet. Dat heb ik al eens eerder betoogd. In 1977 was het al een oubollige naam waar niemand zich aan waagde. Sterker nog: de naam is nooit populair geweest. (Op het hoogtepunt, 1946, werden er 129 baby’s Thea genoemd. U kunt dat hier zien.) Hij is niet eens af. Theodora, akkoord. Dorothea, ook nog te doen. Voordeel is dan ook dat je kind er zelf nog iets van kan maken. Ik betwijfel dat ik mezelf Doortje had genoemd als ik Dorothea had geheten, maar het had gekund.

Kortom: een en al geklaag. Je bent er als ouder maar mooi klaar mee. Maar dat moet je gewoon allemaal negeren. Noem je kind gewoon Sterre. Of Kees. Of Mozes. En laat ze hun hele leven maar lekker klagen omdat er daarna een stel idioten een TV-serie heeft gemaakt met behulp van plastic tandjes en een bordkartonnen decor. Kun jij toch niks aan doen? Nou dan. Ze hadden ook geboren kunnen worden met een lelijk hoofd, of flaporen.

Daarom is de conclusie: wat het ook wordt, ze moet het er maar mee doen. Zeg er, tegen de tijd dat het kind hele zinnen op normale toonhoogte kan volgen, bij dat ze gewoon lekker vette pech heeft. Wees gewoon trots op het feit dat je een beetje vreemd heet. Benedict Cumberbatch draagt zijn kruis ook met trots. Als hij het kan, moet het iedereen lukken.

Sanne is inmiddels moeder van een goedgelukt meisje zonder lelijk hoofd of flaporen, en de prachtige naam Rosa. Goed gedaan, Sanne! Rosa is trouwens al zes maanden oud. Sorry, Sanne…