Het kleine witte omaatje

En toen zat ik ineens in Nederland. Ik ben bij mijn ouders. Ik kan al dagen niet slapen dus dan maar achter de laptop. Achter mij zit het ooievaarsnest zo vol met vier jongen dat ze er bijna uitvallen, de jonge konijntjes en hazen dartelen door het land en mijn oma is dood.

Het allervervelendste van in het buitenland wonen, is dat je hoogstwaarschijnlijk te laat komt als er iets gebeurt met de mensen die je liefhebt. Mijn oma is mijn favoriete persoon op aarde (nou ja, nu is ze mijn favoriete persoon in de hemel, als ze tenminste gelijk heeft gekregen over dat hiernamaals waar ze zo vast in geloofde) en al heel lang heel ziek. Een paar van mijn vrienden in Amsterdam noemden haar ‘het kleine witte omaatje’. Waarom weet ik niet meer, maar het werd hoe langer hoe treffender. Oma werd de laatste jaren steeds kleiner en steeds witter. Ik was ervan overtuigd dat ik haar einde zou missen.

Gelukkig heeft ze me het plezier gedaan haar einde zeker een week van tevoren aan te kondigen, zodat ik snel mijn spullen kon verhuizen naar mijn nieuwe appartement (leuk, wat kleiner maar wel met heerlijke tuin, waarover later meer), ze zelfs nog kon uitpakken, en nog een dag kon werken om de allernoodzakelijkste dingen te doen, voor ik eergisteren naar Nederland vloog. Ik vrees dat ik best een beetje vervelend was tegen de werknemers op Schiphol, want ik had haast. In de trein naar Amersfoort, Zwolle, Ommen, en maar denken dat ik te laat zou komen. Direct door naar het verpleeghuis. Daar liepen we, op de afdeling, twee verpleegkundigen tegen het lijf die mijn ouders inmiddels goed kenden, want oma zat die dag precies vijf jaar op hun afdeling. Lag, moet ik zeggen. Inmiddels lag ze alleen nog maar.
‘Ach, daar is ze,’ zei de een glimlachend.
‘Ze heeft op je gewacht,’ zei de ander.
Hou het dan maar eens droog. Ik geloofde er geen donder van, want oma is al heel lang de weg kwijt in haar hoofd. Maar toch.
Ik ben maar snel doorgelopen. Ik was elf uur onderweg geweest, van deur tot deur, en uiteindelijk zat ik dan aan haar bed.

Oud en versleten, is het enige wat je erover kunt zeggen. Haar handen waren inmiddels botjes met heel veel vel geworden, haar gezicht was ingevallen en ze ademde heel moeizaam. Ze knipperde niet meer met haar ogen. Ze was 94, en de afgelopen jaren dachten we al drie keer eerder dat het nu echt gebeurd moest zijn. En dan tellen we de hartinfarcten die ze twintig jaar geleden had, even niet mee. Soms dacht ik dat oma te plichtsgetrouw was om dood te gaan, te koppig en te taai. Maar dit keer was het menens. Ze dronk al drie dagen niet meer.

‘s Avonds ben ik weer teruggegaan, nog een keer naar oma kijken, die waarschijnlijk niet meer wist dat er mensen bij haar waren, laat staan wie. Maar een lijf dat ademt, is iets heel anders dan een lijf dat niet meer ademt, ook al doen haar hersens het nauwelijks meer. Die nacht is ze er om een uur of drie tussenuitgeknepen.

Het circus van het regelen van de uitvaart begon. Iemand vroeg of ik misschien iets wilde zeggen bij de uitvaart. Dat leek me geen goed idee, hoe eervol ook. Oma verdient een mooie begrafenis, geen genante vertoning met een snotterend mens op de kansel die met een papiertje in d’r hand probeert uit haar woorden te komen. Aan de andere kant, iemand zei gisteren al tegen de begrafenisondernemer: ‘wij zijn niet van die sprekers’. En de dominee is vast een ontzettend aardige man, die ongetwijfeld prachtig zal preken tijdens de kerkdienst, maar die man weet natuurlijk ook niet dat onze oma de liefste is van de hele wereld.

We zullen wel zien. Zaterdag breien we eindelijk een einde aan het tergend langzame afscheid van mijn kleine witte omaatje. En de dominee moet maar zijn uiterste best doen.

Update
We zijn eruit. Ik schrijf, dominee leest voor.

4 Comments

Θέα

Vandaag, lieve lezertjes, beginnen wij met mijn jeugdtrauma:

Jaja, dat viel niet mee hoor, vroeger op het schoolplein! En dat allemaal dankzij mijn voornaam. Het is dat ze meelezen, anders had ik nu uitgebreid uit de doeken gedaan hoezeer mijn papa en mama, in nauwe samenwerking met de VPRO, van mijn jeugd een waar tranendal hebben weten te maken, alleen maar door mij de voornaam ‘Thea’ mee te geven. Laten we het erop houden dat ik blij was dat ik een enigszins normaal gebit had.

Ook zonder de hitserie van de VPRO was het natuurlijk al een drama. Wie geeft zijn bloedeigen kind nou zo’n bejaardennaam? Nou, ik kan jullie vertellen: ook in 1977 waren dat bar weinig mensen. Nog nooit heb ik iemand gekend die Thea heette en onder de 70 was – behalve toen een vriendin van mij jaren geleden zei: ‘Nou, ik wel hoor, mijn schoonmoeder. Maar ik zou maar opschieten, want ze is 69 en volgende maand is ze jarig.’

De voorzienigheid heeft trouwens nog wel wát medelijden met me gehad: zoals niemand zijn dochter Thea noemde, noemde ook niemand zijn zoon Theo. Stel dat ik met zo’n jongen in de klas had gezeten. Maar dat is het enige lichtpuntje in dit verhaal. Ik had zo’n hekel aan mijn naam, dat ik nog nooit een boek van Thea Beckman heb gelezen (nee, ook die met die spijkerbroeken niet en nee, ik weet inderdaad niet wat ik mis).

Maarrrrr! (Het strijkorkest zwelt al aan…) Toen kwam ik op een Grieks-sprekend eiland terecht. De zon brak door in mijn leven! Eindelijk herkenning! Kent u die videoclip van Blind Melon met dat mollige bijenmeisje dat een idioot dansje doet en zich onbegrepen voelt tot ze in een park vol andere bijenmensjes terechtkomt? Dat is ongeveer het effect als je Thea heet en naar Cyprus verhuist. De Dorothea’s, de Althea’s en vele andere Thea’s vliegen je om de oren. En mensen vinden het nog een mooie naam ook!

Het allerleukste is nog dat je hier niet zomaar Thea heet, wat er nog steeds veel te oudhollands uitziet, maar Θέα. Kijk, dat lijkt er al meer op. Die letter Θ (de Theta, zoals gymnasiasten onder u nog wel weten), dat is de mooiste letter ooit, en dan komt daar nog zo’n leuk accent achteraan, en over het geheel genomen is het gewoon een geslaagd gezicht. Toch? Ik vind van wel. Ik denk dat ik die Θ maar op mijn kont laat tatoeëren.

En dan betekent Θεά, met dat accent dus op die andere letter, ook nog eens ‘godin’, en dat levert natuurlijk hele mooie complimenten op aan mijn adres (allemaal terechte complimenten, dat snapt u ongetwijfeld). Onze accountant kijkt me soms ondeugend aan en zegt dan: ‘Kijk, daar hebben we Θέα, η Θεά!’. En dat betekent dan ‘Thea, de godin’. (Dat mag de accountant trouwens zeggen, want het is een vrouw en dan is het geen seksuele intimidatie. In ieder geval niet als het van haar komt.)

Een extra leuke bijkomstigheid van een inheemse naam is het feit dat ik nu voor het eerst in gans mijn lange leven, geheel per ongeluk, een naamdag heb. Naamdagen heten zo omdat de heilige waarnaar je bent vernoemd, op die dag geboren is. Of verwekt. Nuchtere protestanten zoals u en ik hebben ze natuurlijk wel door, die gekke zuiderlingen. Die willen een extra reden voor een feestje. Ze vieren bijvoorbeeld de dag waarop de moeder van Maria (Jezus’ oma dus) werd verwekt. Niet het kerstkind zelf, of zelfs maar de moeder van het kerstkind, en dan niet eens het moment waarop ze geboren werd, maar verwekt. Zo blijf je bezig natuurlijk, en dat is dan ook vast de bedoeling. We zullen maar helemaal niet vragen hoe men zo zeker weet wanneer die verwekking plaats heeft gevonden. Het waren andere tijden, zullen we maar zeggen.

Ook grappig: als je over de verjaardag van Sinterklaas begint, en je noemt hem daarbij bij zijn officiële naam Sint Nicolaas, dan zegt heel Cyprus: tuurlijk, 6 december. En dat klopt dan, want wij Nederlanders zitten er een dagje naast. Maar laten we het over mijn naamdag hebben. In mijn geval weet ik vrij zeker dat paps en mams niet aan een specifieke heilige dachten toen ze mij Thea noemden. Ze dachten zelfs vrij pragmatisch dingen als: ‘Eigenlijk vinden we Tessa een leukere naam, maar we kennen al een Golden Retriever die zo heet’. Als dit de overwegingen zijn, weet je zeker dat hoogtepunten in de geschiedenis als de verwekking van Jezus’ oma geen grote rol spelen. Maar dat belet mij, als goed geïntegreerd burger, natuurlijk niet om toch die naamdag in te pikken.

Mijn grote voorbeeld & heldin

Ik Googlede de eerste de beste Grieks-Orthodoxe kalender, zocht naar Thea, en kwam uit op 11 september. Juist. Een fijne dag, gegrift in de geheugens van gelovigen aller lande. Verder blijk ik vernoemd te zijn naar iemand die volgens Wikipedia Theodora the Armenian heette. Een vriendin riep meteen: ‘O, dat is leuk, dat was een feministe avant la lettre, echt iets voor jou.’ Zo kun je het natuurlijk zeggen. Betere omschrijving: het was gewoon een heel naar, machtwellustig mens. Maar dat zijn details. Laten we vooral niet het grotere plaatje uit het oog verliezen: 11 september, de dag waarop ik van u en vele anderen een lekkere fles drank verwacht.

Maar nu eerst mijn verjaardag. Morgen, welteverstaan. Als u nog geen kadootje hebt verstuurd, dan bent u mooi te laat, maar het is u vergeven. Als u nou morgenmiddag om 14:00 vlucht CY599 neemt vanaf Schiphol, bent u nog net op tijd voor het feest. Huurauto parkeren bij de moskee, tegenover de hamam waar ik toevallig ook mijn middag in zalige niksdoenigheid ga doorbrengen terwijl mijn collega’s heel hard aan het werk zijn. Dat stoomt extra lekker, die gedachte.

Maar nu is het eerst even tijd voor een avondje paniek, waarin ik mij af ga vragen waar ik al die mensen ga laten die morgen langskomen. Gratis tip van de dag: als u in Cyprus woont, en u nodigt 45 mensen uit voor uw feestje, dan komen ze ook echt allemaal opdagen. Gewoon een leuk wistjedatje.

12 Comments

Gasten

Lieve mensen, vandaag gaan we het hebben over de mensensoort ‘gasten’. Vaak zijn dit uiterst vermakelijke types, maar er is een subsoort die je na twee dagen het liefst weer verder ziet trekken naar andere oorden, waar ze iemand anders mogen vermoeien met gezeur over het weer, het eten en de rijstijl van de locals.

Het verschil tussen deze twee subsoorten is uiterst belangrijk als u iemand bent die regelmatig van deze wezens over de vloer heeft, bijvoorbeeld omdat u op een zonnig eiland woont. Gelukkig is het onderscheid niet moeilijk en kunt u dat met enige oefening snel zelf maken. Een paar basisprincipes onthouden, altijd van u af snijden en binnen de kortste keren bent u een volleerd gastenkenner.

Ten eerste is er de Gastus Vervelius. Een soort dat op zichzelf helemaal geen onaangenaam mens hoeft te zijn. De Gastus Vervelius kenmerkt zich niet door vervelend zijn, maar door verveling. De Gastus Vervelius is initiatiefloos en volslagen onvoorbereid. Na een dag werken kan het zijn dat de gastvrouw de Gastus Vervelius thuis aantreft zoals zij hem die ochtend achterliet. Informeren naar de dag van de Gastus is overbodig, want het is duidelijk dat er in de acht, negen uur sinds het vertrek weinig is veranderd. Hooguit zal het antwoord zijn: ‘We hebben een ritje gemaakt met de auto,’ omdat het te warm is voor een activiteit die zich buiten geairconditioneerde ruimten afspeelt. In het weekend moet de gastvrouw de Gastus Vervelius uit zijn bed trekken als ze nog iets van haar dag wil maken. (Of lekker laten liggen en haar eigen gang gaan, wat niet eens zo’n slecht idee is, nu de gastvrouw er zo eens over nadenkt.)

De Gastus Vervelius ziet het leven graag van zijn meest tegenvallende kant. Mocht men bijvoorbeeld een jaar gestationeerd zijn in een wereldstad in West-Europa, dan is dat geen reden tot vreugde. De Gastus Vervelius houdt weliswaar van toneel, ballet en klassieke muziek, maar het aanbod in de wereldstad kan niet compenseren voor het slechte weer, de waterige tomaten en de chagerijnige mensen. Ook op het eiland van de gastvrouw, waar de zon straalt, de tomaten barsten van de smaak en de mensen vriendelijk zijn, wordt luid geklaagd over het leven in de grote stad. De gastvrouw, bij wie normaal gesproken nog geen spirituele haar op d’r hoofd te vinden is, voelt een aandrang de Gastus Vervelius een maandabonnement op een cursus Mindfulness te geven, zodat de Gastus zich realiseert dat het weinig zin heeft te klagen over de regen thuis als je nu in de zon op vakantie bent.

De Gastus Vervelius is soms het beste te hanteren in duo’s, aangezien men zich voor vermaak nog enigszins op elkaar kan richten in plaats van de gastvrouw, maar dit kan ook een valkuil zijn. Geweeklaag in stereo is meer dan dubbel zo irritant. Verder is er aan de Gastus Vervelius weinig lol te beleven. Men wacht af wat de gastvrouw voor entertainment in gedachten heeft, neemt slechts één zak drop mee in de handbagage, en als er geen schoon glas meer in de kast staat, is de Gastus pas na een stevige hint aan de afwas te zetten.

Dit alles is in grote tegenstelling tot de Gastus Vermakius. Deze Gastus overlaadt de gastvrouw direct na aankomst vrolijk met een flinke stapel tijdschriften, vijf zakken drop van het juiste merk en nog een cadeautje ook, en weigert met een beledigd gezicht de onkosten te noemen. Er wordt slechts ironisch gemopperd over de defecte Nespresso, ook al is de Gastus Vermakius opvallend vaak cafeïneverslaafd. De Gastus Vermakius snapt dat de gastvrouw zijn aanwezigheid gezellig vindt maar waant zich niet gekluisterd aan het huis en is soms zelfs regelrecht zoek. Dit onder andere om de gastvrouw na thuiskomst te kunnen vermaken met de avonturen die onderwijl beleefd zijn, inclusief foto’s.

Een exemplaar van de Gastus Vermakius in het wild

De Gastus Vermakius houdt van een borrel. De flessen wijn, Bacardi en gin die per achterbak naar het hol gesleept worden, zijn aan het eind van de krappe week dat de Gastus Vermakius te gast is, alweer leeg. Eigenlijk is het enige nadeel van de Gastus Vermakius dat hij zoveel nachtrust kost. ‘Eén borreltje voor het slapengaan’ na een veel te overdadig eetfestijn buiten de deur, worden er altijd drie, tijdens het nuttigen waarvan alle collega’s van de gastvrouw via de site van haar werk worden beoordeeld op geschiktheid voor geheime affaires en en passant nog even drie wereldproblemen opgelost worden. De volgende ochtend wordt er blijmoedig gezamenlijk geklaagd over de kater en het tijdstip waarop op zaterdagmorgen de buren beginnen met verbouwen, maar evengoed zitten Gastus en gastvrouw al voor tienen in de auto op weg naar een leuk strand. Gastus schaamt zich geheel niet voor zijn muziekkeuze in de autoradio (de Cypriotische tegenhanger van Glenn Medeiros) en zingt zelfs luidkeels mee.

Ontmoet de Gastus Vermakius een of meer vrienden van de gastvrouw, dan is de ellende niet te overzien. Zou de Gastus Vervelius hier beleefd zitten wachten tot het bezoek voorbij is, de Gastus Vermakius spant zonder een spoor van wroeging samen met de vrienden in kwestie. Genante anekdotes worden uitgewisseld en met een beetje pech staan de volgende dag de foto’s op Facebook.

Wat te doen als men de Gastus Vervelius over de vloer heeft? Weinig. Lekker naar het museum sturen, aan het strand gaan liggen terwijl de Gastus Vervelius zich plichtsgetrouw langs een paar ruïnes sleept, en de verwachtingen laag houden.

En de Gastus Vermakius? Die stopt men vol met lekkere ontbijtjes. Zonodig schaft men ogenblikkelijk een nieuw Nespresso-apparaat aan. Verder is het een zaak van bidden dat het gestel het uithoudt tot de Gastus Vermakius weer op het vliegtuig naar huis zit. En op straffe van ontvrienden eisen dat hij/zij snel terugkomt.

U die dit leest, behoort ongetwijfeld tot de Gastus Vermakius. Mocht u daar aan twijfelen, dan stellen wij van Chez Thea het volgende voor: pak het vliegtuig, kom langs, en binnen een dag of twee kan de gastvrouw u duidelijkheid geven. Er is een logeerkamer die stof ligt te vergaren, en sinds kort ook weer een werkende koffiezetter. Op verzoek kan een rondgang langs de underground gay scene in het programma opgenomen worden (niet geschikt voor de snel teneergeslagen Gastus, maar antropologisch zeer interessant). Als u maar drop meeneemt en een VT Wonen, is de gastvrouw al gelukkig.

U kunt natuurlijk ook thuis blijven. Dan komt de gastvrouw zelf bij u langs, en het is nog maar de vraag welke van de twee subtypen zij blijkt te zijn…

6 Comments

Roadtrip

routebeschrijving

Mocht iemand mij zoeken, dan ben ik even kwijt. Dit is de kaart die ons naar Latchi (in de buurt van Paphos) moet brengen, dus: vaarwel!
 

Nieuwe buren

Dinsdag 15 februari

Vanavond bij de nieuwe buren: samen gezellig turen naar de meterkast. Wat het gaat worden, is nog steeds onduidelijk, maar het schiet al aardig op.

Valentijn

Een chocolade hart (doormidden, want zo gaat dat) is mijn favoriete soort hart!

Maandag 14 februari

The Shape of Tomorrow

Eerst even, gewoon omdat ik dat graag wil, een mooie foto.

Dit is vorige week vrijdag, op Tahrir Square. De christenen op het Tahrir-plein beschermen de moslims tijdens het bidden tegen het geweld van politie in burger. Deze foto doet mij vermoeden dat het zomaar eens goed kan komen in Egypte.

Zo, hehe. Dat waren me een paar drukke weekjes. Het was op mijn werk zo druk dat ik blij was als ik ‘s avonds nog energie had om souvlakia te bestellen. Maar tegelijkertijd was het zo spannend in Tunesië en Egypte, dat die souvlakia gegeten werd op de bank achter mijn laptop, waar ik Twitter zat te reloaden als een hond die zit te wachten op een koekje.

Een van de redenen dat het op mijn werk zo druk was, is de Hubert Curien Memorial Lecture. Die jaarlijkse lezing is een groot evenement, dat in het verleden zozeer geplaagd werd door tegenslagen, dat sommige mensen inmiddels met een scheef oog kijken naar die ene collega met een voodoo-poppetje in zijn kast. Maar dit jaar zou alles goed gaan. De lezing stond gepland op vrijdag 11 februari. Mooie datum. Dachten wij.

Helaas hadden we – u mag vast grinniken uit leedvermaak – een spreker uit Egypte. Hij heet Ismail Serageldin, de directeur van de wereldberoemde Bibliotheek van Alexandrië. Een inspirerende man, schijnt, die zou gaan spreken over de invloed van het digitale tijdperk op de verspreiding van kennis. ‘The Shape of Tomorrow’, heette de lezing.

Maandag 7 februari
In stugge ontkenning zijn wij druk bezig met het organiseren van de lezing van onze beroemde Egyptenaar. En elke avond kijk ik ademloos naar historische beelden op Al Jazeera. Het onvermijdelijke dringt zich op: men heeft het in Egypte even te druk met andere dingen dan naar Cyprus komen voor een lezing.
Op maandagavond belt Serageldin inderdaad dat hij helaas niet kan komen omdat zijn bibliotheek het doelwit van plunderaars zou kunnen worden. Balen, maar niet onverwacht. Ik stuur een mailtje naar alle 692 genodigden dat de lezing helaas niet door kan gaan.

Woensdag 9 februari
Mijn collega’s zijn nog druk bezig waren met alle ministers en andere belangrijke mensen afbellen. De baas komt binnen met een verdachte grijns. Serageldin wil toch komen. Het duurt even voor we 1) tijd hebben om te luisteren en 2) doorhebben dat het geen grapje is. Maar het gaat toch echt gebeuren. Maar in plaats van zijn lezing ‘The Shape of Tomorrow’, gaat Serageldin het hebben over de laatste ontwikkelingen in Egypte.

Donderdag 10 februari
Het is donderdagochtend, een dag voor de lezing. Ik stuur inmiddels mailtje nummer 3 naar alle 692 genodigden. Ikzelf ben erg opgetogen. Ismail Serageldin, een wereldberoemd wetenschapper, komt middenin een historische revolutie, vertellen over de actualiteit in Egypte. Mijn collega’s zijn wat minder blij, want die mogen aan alle ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders uitleggen dat ze niet in de war moeten raken, maar of ze alsjeblieft toch willen komen.

Nog diezelfde dag – ik heb inmiddels mijn Twitter, YouTube, Facebook en Al Jazeera simultaan lopen – komt het in Egypte langzamerhand tot een kookpunt. Ik vraag mijn leidinggevende: ‘Stel nou dat Mubarak vandaag aftreedt. Komt Serageldin dan nog?’ maar we kunnen toch niets doen. Elk uur wordt het spannender, maar wij organiseren door.

Om half zeven ‘s avonds zijn we nog met z’n vieren over, inschrijvingen te verwerken, mensen terug te mailen, tafelschikkingen voor het diner te maken… Ik sta net alle parlementsleden te faxen als Serageldin belt. Hij komt niet. Op één dag is mijn Griekse woordenschat verrijkt met een paar heel kleurrijke vloeken.

Ik sprint naar huis, weer op de bank achter de laptop, net als de halve wereld wachtend op de afscheidsspeech van Mubarak. Maar ook die komt niet. Ik ben zo verbaasd – de triomfborrel stond al klaar – dat ik vergeet naar bed te gaan. Ik blijf maar naar de korrelige beelden kijken van dat plein met die woedende mensen, te vrezen voor het ergste.

Vrijdag 11 februari
Het is de dag waarop de lezing plaats had moeten vinden. Ik stuur mail nummer vier naar alle 692 uitgenodigde mensen. En weer moeten mijn collega’s alle hoogwaardigheidsbekleders bellen. Weer een nieuw bericht op de site en een dag vol chaos.

Maar het slotstuk van dit drama is aan het einde van de dag, godzijdank, een afgetreden Mubarak.

‘s Avonds heb ik alsnog dat triomfborreltje gedronken. Een heleboel zelfs, op een verjaardagsfeestje. Wel wat jammer voor mijn duikmaatje van zaterdag, die mij om 12:15 uit mijn bed moest bellen, maar we hadden het wel verdiend, vond ik.

Hieronder mijn foto’s van de week.

Maandag 7 februari

Er wordt naast mijn huis gewerkt. Het was een oud stoffig al jaren leegstaand pakhuis, nu wordt het een… Tja, wie zal het zeggen. Hopelijk een leuk koffietentje, liefst eentje die op zondagochtend ontbijt serveert, maar het kan natuurlijk ook een lawaaiige nachtclub worden. We wachten af.

Dinsdag 8 februari

Deze achterhaalde chips stonden ineens in de avondwinkel. Tja, toen moest ik ze wel kopen natuurlijk. Houdbaarheidsdatum overigens nog prima in orde.

Donderdag 10 februari

Donderdagavond. We zijn het nieuws aan het verwerken dat Serageldin toch niet komt.

vrijdag 11 februari

Vrijdagnacht. Twee van mijn collega’s doen een dansje. Ik zou graag beweren dat ze een vreugdedansje voor Egypte doen, maar ze zijn gewoon dronken. Ook een mooie reden voor een dansje, trouwens.

Zaterdag 12 februari

Zonsondergang in Green Bay, na het duiken. We waren wat laat, wegens kater van Thea.

Pech

Kent u die grap van die Bibliothecaris van Alexandrië die naar Cyprus ging?