Vliegen met kat

Jaaaaa, ik ben er nog! Niet uit de lucht gevallen tijdens mijn vlucht terug, niet toch maar in Cyprus gebleven… Ik zit gewoon in Amsterdam. Mijn excuses, niet alleen aan u, lieve lezertjes, maar ook aan mijn vrienden en bekenden. Ik heb nog bijna niemand gezien. In plaats van enorm leuk afspreken met iedereen die ik gemist heb, heb ik voornamelijk kennis gemaakt met iets wat mij nog niet bekend was: het leven van de forens. Treinen, bussen en OV-chipkaarten die dienst weigeren, de hele rataplan.

Is dat leuk? Nee. Dat is gewoon stom. Erg vermoeiend ook. Ik werk in Utrecht, op de Uithof, precies aan de verkeerde kant van Utrecht als je in Amsterdam woont. En ik woon in De Baarsjes, precies de verkeerde kant van Amsterdam als je in Utrecht werkt. Van deur tot deur doe ik er met het openbaar vervoer anderhalf uur over. Dat is elke dag drie uur van mijn leven die ik nooit meer terugkrijg.
Elke ochtend slalom ik door Utrecht Centraal langs andere forensen die met hun koffer en hun professionele pumps en hun bekertje koffie van de kiosk net zo veel haast hebben als ik. En daarna pers ik mij samen met een stapel studenten in bus 12, die elke drie minuten vertrekt naar de Uithof. Soms loop ik naar de halte en dan zie ik al twee busladingen klaarstaan. Aan de vorm van de massa is te zien dat de wachtende mensen precies weten waar de deuren van de bus zullen zijn als de bus stopt, want daar is de massa wat dikker. Een golfrand van mensen staat op de stoep.

En ‘s avonds doe ik hetzelfde in omgekeerde richting, te midden van veel te veel andere mensen die dat ook doen. Rond half acht ben ik dan thuis, en omdat ik de volgende dag om zes uur weer opsta, geeft mij dat ongeveer drie uur duizelingwekkende vrijheid, waarin ik zomaar iets kan doen wat ik zelf mag weten. Op de bank hangen, een boek lezen, wijntjes drinken met een vriendin, als ik er maar niet te veel voor hoef te bewegen en als ik maar niet het huis uit hoef, want dat kan ik dan niet meer.

Ergens zou ik het idee moeten hebben dat dit echt gewoon een ontzettend slecht idee was. Wat een vergissing! Ga snel terug naar dat eiland, nu het nog kan! Werken is leuk, maar er is toch meer?

Ja, nou… In principe wel. Maar het volslagen idiote, en ik erken dit volledig, is dat mijn werk zo leuk is dat ik dit er allemaal voor over heb. Ernstig he? U mag de dokter bellen hoor, dat neem ik u niet kwalijk.

Meestal forens ik trouwens niet met de trein en bus. Ik carpool. Ook zo’n wereld die ik nog niet kende. De files, de brandstofprijzen, de snelheidscontroles die BNR elke ochtend aan ons verklapt… Vroeger verdween dat in een mist van wat-kan-mij-het-schelen, nu ben ik nog net geen fanatiek ANWB-lid dat om uitbreiding van de A28 bij Utrecht brult en op verjaardagen het kwartje van Kok terugeist.

Maar niets, niets, niets is zo erg als de ultieme vervoersnachtmerrie: met een poes in het vliegtuig. Ik heb dat natuurlijk gedaan, afgelopen december. Het lijkt lang geleden, maar het staat me nog helder voor de geest. Daarom nu een leerzaam feuilleton vol nuttige tips: Reizen Met Poes in 5 Delen.

1. Naar het vliegveld
Gezellig, zo’n poes erbij. U zult de vlucht nooit vergeten! Ten eerste zal de poes het tijdens de autorit naar het vliegveld al in d’r broek doen, of beter gezegd: in uw broek. Ze zal zich namelijk naar de uitgang van haar reismandje keren met haar achterwerk, zodat ze er zelf niet onder komt te zitten. Groot gelijk, u bent het die haar heeft opgesloten.

2. Op het vliegveld
Op het vliegveld beschouwt men uw poes niet zozeer als een lief beest maar als ‘excess bagage’, waarde 54 euro, ook al heeft u verder niets dan een kleine tas bij u. U kunt zich in het invalidentoilet omkleden, zodat u bent verlost van de spijkerbroek en nu in een comfortabele joggingbroek de reis kunt voortzetten.
Daarna komt het leukste. U staat bij de scan voor de handbagage en de dame in uniform zegt tegen u, alsof ze dat dagelijks tegen mensen zegt: ‘de kat moet eruit’. U kijkt zo verbijsterd dat ze eraan toevoegt: ‘de mand moet door de scanner’. U zegt iets in de geest van ‘ammehoela’, en ze haalt er iemand bij. Uiteindelijk, terwijl u wordt gefouilleerd, zit de poes in haar mandje een paar meter verderop terwijl twee douanebeambten beiden een piepend apparaat langs de mand laten gaan. Na een paar minuten mag u de poes meenemen, ondanks het vervaarlijke alarm. U zegt tegen de oudste douanier dat het zeker niet vaak voorkomt dat iemand een kat meeneemt. ‘Jaren geleden, op het oude vliegveld,’ zegt hij. ‘Toen haalden we de kat eruit en vloog hij de hele hangar door.’

3. De vlucht.
De vlucht zelf is een ervaring die alle andere vliegreizen doet verbleken – inclusief die ene, jaren terug, waarbij een motor uitviel en het toestel moest terugkeren naar het vliegveld. De kat, waarvan u dacht dat ze niet zo hard kon miauwen, bereikt nieuwe toonhoogten en krijgt ook nog diarree van de stress. Zo heeft u iets om u mee bezig te houden. Verder blijkt dat het mandje, ontworpen om ontsnappen onmogelijk te maken, nog best wat speling heeft, als je maar je best doet. Zo heeft de poes na veel gepaniek een heel pootje langs het hekje. Het hekwerk zelf blijkt ook precies genoeg ruimte te bieden voor een onderkaakje van een klein formaat poes. Helaas zit daarna wel het onderkaakje vast, zodat u daar dan weer even mee bezig bent, maar dan heeft de poes wel meteen begrepen dat ze dat niet nog een keer moet proberen. Wat handig!
U vraagt zich af wanneer dat ‘kalmeringsmiddel’ van de dierenarts nou eindelijk eens gaat werken, en kijkt op uw horloge. Hoera, we zijn al een uur en 20 minuten onderweg! Nog maar een krappe drie uur te gaan. De geur om u heen begint nu ronduit kruidig te worden, maar gelukkig heeft men u helemaal achterin geparkeerd. En gelukkig is de poes inmiddels doodmoe en gaat ze maar gewoon liggen. U ziet alleen het hijgende lijfje bewegen, wat handig is, mocht u denken dat ze een hartaanval heeft gehad. Ze krijgt nu nog maar om het kwartier een paniekaanval.
Na nog wat uurtjes waarin u probeert ontspannen over te komen (‘de kat voelt uw stemming aan, dus relax!’ raadde een ervaringsdeskundige op internet aan) en waarin u uw tijdschrift vijf keer heeft gelezen, is de bestemming bereikt. Eindelijk! U hoeft nu nog maar twee uur in de auto!

4. Naar huis.
Op het vliegveld wordt u opgewacht door uw ouders, die u mee gaan nemen naar uw ouderlijk huis. De poes is nu zo uitgeput dat ze uberhaupt geen geluid meer maakt en nauwelijks beweegt. ‘Wat is ze rustig!’ roept uw vader opgetogen. Na een rit in een steeds sterker ruikende auto bent u er dan eindelijk. Omdat u vermoedt dat de kat voorlopig wel in paniek onder een bed of bank wil blijven zitten, laat u haar los in uw slaapkamer, waar het rustig is en er geen andere mensen komen. De poes schiet inderdaad onder het bed.
En dan gebeurt het allerwonderbaarlijkste van de reis met poes: ze is het hele drama binnen een half uur vergeten. Omdat u een moedige en nieuwsgierige kat heeft uitgezocht, heeft ze in no time de hele kamer verkend, ook plekken waar uw oude kat zijn ganse leven te lui voor was want hoger dan een meter. Ze kruipt overal in, onderdoor en achterlangs, en komt met een kop vol spinrag weer tevoorschijn. Dan kruipt ze gezellig op schoot bij u, haar ontvoerder en folteraar, om eens een lekker dutje te gaan doen. Eind goed, al goed. Over die afspraak bij de dierenarts zegt u voorlopig nog maar even niets.

3 Comments

Terug

Ergens in oktober was ik in het noorden van Cyprus, samen met een Armeens-Cyprioot en de enige Turks-Cyprioot die we hebben in ons instituut. In mijn geliefde rode vierkante autootje zat een gezelschap waar de VN en de EU elk jaar miljoenen voor over hebben. Een Turks-Cyprioot uit het noorden en iemand uit het zuiden – een Armeense nog wel – samen op een lang weekend naar het bezette deel. Vrijwillig, voor de lol. Een waar bi-communaal project, maar dan gratis. Hoera!

Roadtrip!

We brachten twee dagen door op ‘Golden Beach’, een prachtig strand, met een kampeerterrein in de heuvels waar je in houten barakken kunt slapen. De eigenaar heet Hasan. Hasan is een bijzonder mens. Hij is geboren uit een huwelijk met een cynische achtergrond: toen zijn moeder jong was, waren Turks-Cyprioten in de Karpas zo arm dat families hun dochters letterlijk verkochten aan Arabieren op het vasteland. Zo ook Hasans moeder. Zie hier de basis voor een gelukkig huwelijk en een stralende jeugd voor de aldus geproduceerde kinderen.

Hasan wijdt er niet al te zeer over uit. Hij is blij dat hij in Cyprus, op het land van zijn moeders familie, een camping heeft. Hij heeft een kok, die alleen maar (en veel) Turks spreekt en die mij elke avond hielp met het aan mootjes hakken van mijn collega’s bij het backgammonnen, en een geit. De geit is beste vriendjes met een nest kittens, dat vrolijk over zijn hoeven buitelt en achter zijn staart aan rent. Op zaterdag, met een biertje in de zon, bekeken wij dat tafereeltje met Hasan, die de tijd had omdat wij de enige gasten waren. (Het was immers winter…) Hasan keek ons diepzinnig aan het vroeg retorisch: ‘Kijk nou. Als een geit en een kat, zulke verschillende dieren, elkaar nog kunnen begrijpen, waarom lukt het mensen dan niet?’ Wij knikten na deze wijze woorden even diepzinnig en lieten een filosofische stilte vallen.

Nadat wij zo een paar uur met Hasan aan de boemel hadden gezeten in die absurd mooie omgeving, zei mijn collega: ‘Deze hier gaat binnenkort weg uit Cyprus.’ Ze wees naar mij. ‘Voor hoe lang?’ vroeg Hasan. ‘Voorgoed!’ riep mijn collega dramatisch. Hasan keek daadwerkelijk verbijsterd. ‘Echt?’ Ik knikte. ‘Maar waarom? Waarom zou je hier nou weggaan?’ Hij zwaaide met zijn arm naar de omgeving. Goede vraag. ‘Ik weet niet,’ zei ik naar waarheid. ‘Ik vind mijn werk niet meer uitdagend…’ Het klonk absurd, en dat vond Hasan ook. Hij mopperde dat mensen tegenwoordig niet meer weten wat belangrijk is in het leven, dat ze allemaal maar voor geld en carrières veel te hard werken in stomme kantoren en ondertussen gaat de wereld naar de knoppen enz. enz. enz.

Tja. Als drie uur rijden van je huis het paradijs op aarde ligt, is het even lastig te bedenken waarom je ook alweer zo nodig weg wilde. En je geeft Hasan gelijk: een baan is maar een baan, wat een onzin eigenlijk, ik ga gewoon niet. Zo, dat is dan geregeld. We nemen nog een biertje.

Gelukkig moet ik na zo’n weekend vanzelf weer naar mijn werk, en dan is het weer duidelijk. Het is er gezellig, maar de uitdaging is er volledig uit. De database staat, is ingericht, men werkt ermee en is er blij mee (altijd tot op zekere hoogte natuurlijk, het blijft tenslotte een IT-systeem) en het verhaaltje is wel zo’n beetje uit. Echte grotere ambities zullen er nooit zijn. Waardoor mijn baan een gezellig roeiboottochtje werd op een kabbelend beekje. Afgewisseld met af en toe een Cypriotisch drama in 13 delen dat misschien wel amusant is, maar waardoor het werken er niet makkelijker van wordt.

Wat nu? Nou, solliciteren! In Nederland. Ik heb geluk dat weinig mensen doen wat ik doe. En nog meer geluk dat er een vacature ontstond bij de Universiteit Utrecht waarvan ik – zeker in deze tijden – alleen maar durfde te dromen. Het wordt hopelijk geen wildwater rafting, maar wat meer stuurkunst dan mijn huidige baan is er wel bij nodig. Lekker.

Morgenochtend vroeg ga ik. Het feit dat ik op de dag voor vertrek tijd heb om gezellig tegen u aan te babbelen, zal wel betekenen dat ik de boek op orde heb, en niet dat ik alles ben vergeten. Heb ik er zin in? Nee. De zon schijnt, mijn terrasdeuren staan open, de poes ligt nog nietsvermoedend in het dekbed gerold, buiten zijn bouwvakkers aan het werk die elke ochtend in zwaar Cypriotisch tegen elkaar schreeuwen en om mij heen ligt die gekke stad die Nicosia heet, gehavend en prachtig en getraumatiseerd en gehaast en stoffig en oud. Je moet gek zijn om hier weg te willen, maar je moet ook heel veel opgeven om hier te willen blijven. Je moet verstoffen en verstenen, samen met de stad zelf, klagend over de politiek en de prijsstijgingen, tot je vergeten bent dat er ergens ook een wereld is waar andere dingen bestaan. Het regent er weliswaar, maar je hoort er wel thuis.

Mijn uitzicht op dit moment.

Dus. Daar gaan we weer. Inpakken, telefoon en bankrekening afsluiten, en verhuizen. Alles wat ik mee wil nemen – veertien dozen vol souvenirs – is op dit moment onderweg per schip en vrachtwagen, heel Europa door. De rest is verkocht. Dozen vol spullen die op de zolder van mijn ouders staan, gaan daar weer af, naar Amsterdam, drempel over, lift in, lift uit, drempel over, naar mijn appartement in De Baarsjes. Precies zoals nog geen vier jaar geleden, toen ik er kwam wonen. En bijna twee jaar geleden, toen ik er weer wegging. Als u dit blog van het begin af aan gevolgd hebt, heeft u nu al medelijden met mijn vader.

1 Comment

Kater

Het leven van een poezenmoeder gaat niet over rozen. Gisteren was mijn Bambos/Bambi de hele dag weg. Ik had gehoopt op een gezellige zondag samen, maar nee hoor. En toen ze dan toch eindelijk thuiskwam, wilde ze na het eten meteen weer naar buiten. Geen gezellig praatje, geen kopjes, niks. Ik zei nog: het is hier geen hotel, maar ze was al weg. En wat bleek? Zodra ze buiten was, bleek dat buiten op de schutting een kater op haar zat te wachten. Als hij met z’n pootjes bij de pedalen had gekund, had hij ongetwijfeld op een Harley gezeten. En hij was nog zwart ook.

Samen dartelden ze de nacht in, huppelend over de daken, uit het zicht van mijn ouderlijk gezag. God weet wat dat beest vannacht heeft uitgevreten met mijn onschuldige meisje! Ik deed geen oog dicht, en toen het vanmorgen licht werd, was haar mandje nog steeds onbeslapen. En madam zelf was in geen velden of wegen te bekennen.

Dat wordt een hartig woordje vanavond. Zeker twee dagen huisarrest, en zonder brokjes naar bed. En als dat rotbeest mijn kleine Bambi met jong heeft geschopt, dan zwaait er wat.

Bambi, toen ze nog gewoon naar me luisterde

UPDATE
Nou, ze is er weer hoor. Met wat meer grijstinten in de vacht.

Poes

Ik heb een kat geadopteerd. Het bleek na veel oefenen dat ik zelf geen katten kan krijgen, dus adoptie bleef over als enige mogelijkheid.

Niet dat ik nou echt zat te wachten op gezinsuitbreiding. Maar ja, zoals mijn oma me altijd al op het hart drukte: ‘Eén moment van onbedachtzaamheid, maakt dat men jaren schreit’, en het blijkt maar weer dat oma wist waar ze het over had. Op een onbewaakt ogenblik, op een vroege ochtend, vond ik een klein zwartwit hoopje vacht, opgerold in de kussens van mijn buitenbank. Het schoot weg, over de schutting, naar het dak van de buren.

Een paar dagen later lag het er weer. Dit keer maakte ik wat minder lawaai en het zwartwitte hoopje bleef een paar minuutjes liggen voor hij er alsnog vandoor ging. U kent ongetwijfeld het verhaal verder wel: ik probeerde het vertrouwen van het beestje te winnen, gaf het wat te eten, en al snel ontwikkelde onze relatie zich als volgt:

Miauw?

Tja.

Katten zijn in Cyprus geen huisdieren, maar overlast. Het zijn er veel te veel, ze hangen rond bij afvalbakken, en ze zijn allemaal ziek. Daar komt bij dat een kat in Cyprus het meestal niet lang maakt. Ik heb al twee keer een kat van de straat moeten plukken omdat ze voor mijn ogen waren aangereden. Op de stoep leggen, aaien en wachten tot ze doodgebloed waren was het enige wat erop zat. Er hangen twee kittens rond in mijn straat die ontstoken oogjes hebben. Die gaan ook dood.

En het gaat verdorie al net als met kinderen: als je zelf zo’n mormel hebt om voor te zorgen, gaat je dat door merg en been. Om het allemaal nog erger te maken, reed ikzelf twee weken geleden een jong poesje aan. Hij/zij was niet snel genoeg weg van onder mijn auto toen ik wegreed van mijn werk, en hinkte met een duidelijk beschadigde rug weg van waar mijn auto net nog stond. Ik wist niet hoe snel ik naar huis moest racen (overstekende katten vermijdend) om te zien of mijn schatje de dag zonder kleerscheuren was doorgekomen. Uiteraard stond hij ongeduldig bij de achterdeur en kroop hij kerngezond en luid spinnend op schoot zodra ik buiten ging zitten.

Hij mocht toen nog niet binnenkomen. Hij was heel lief, maar ik wilde geen vlooienbommetje in mijn huis, en bovendien – hoe zeg ik dit nu eens aardig – hij stonk enorm uit z’n bek. Maar ja, ik wist dat het kwaad geschied was. De poes was van mij, of ik nou wilde of niet. Eigenlijk had hij mij geadopteerd. Gewoon door zo verdraaid schattig te zijn, vervelend mormel dat ‘ie is.

Dus ik legde mij neer bij het feit dat ik, in de strijd met mijn weke ruggegraat, een spectaculaire maar voorspelbare nederlaag had geleden, en daar gingen we. De poes en ik, naar de dierenarts. Ik had hem al Charalambos Hadjicharalambous genoemd (Bambos voor intimi), omdat dat de allercypriotischte naam ter wereld is, maar de dierenarts had een verrassing. Het is een meisje.

Maar goed, de naam is nu al ingeburgerd. Bambos het genderbendende poesje. Als u erg hecht aan de binaire seksedichotoom, mag u haar ook Bambi noemen. Alles aan haar is trouwens gezond, behalve haar gebit. Na een dikke twee jaar afval eten, moet ze hoognodig d’r tanden poetsen, en daarom geurt ze ook zo fijn. Het is zo erg dat een schoonmaakoperatie onder algehele verdoving nodig is, maar we moeten haar ook nog beroven van haar eierstokjes, dus dat kan dan in een moeite door.

Om het nog wat ingewikkelder te maken, ga ik binnenkort voorgoed terug naar Nederland. De meesten van u wisten dat al een tijdje. De verhuisdatum komt rap dichterbij. Inmiddels is zijn kwesties als ‘hoe doe ik dat met mijn spullen’ en ‘wat moet ik ook alweer allemaal regelen’ volledig verbleekt bij de grote vraag: HOE MOET DAT MET DE POES? De tocht naar de dierenarts maakte al duidelijk dat ze zo’n mandje waar ze dan in zou moeten, heel erg ontzettend enorm haat. In de praktijk zal ze daar van 8 uur ‘s morgens tot een uur of drie ‘s middags in moeten zitten. Auto, vliegveld, vliegtuig, auto.

Maar ja, ze is inmiddels van mij. En moederliefde gaat door roeien en ruiten, dus op 28 december is het zover. Dan stop ik haar voor haar eigen bestwil in een babyblauw plastic gevangenisje, voor de lange reis naar haar nieuwe vaderland. Misschien moet ik vast een warm truitje voor haar breien.

Pardon?

Toegegeven, ik was er even uit, maar eh… Eh?

(Ik beloof het, snel een fatsoenlijke update. Nieuws genoeg…)

Knal

Ja hoor, daar heb je het al. Gedonder. Moody’s en Standard & Poor’s (wie heeft die namen eigenlijk verzonnen?) hebben Cyprus voor straf in de hoek gezet. Het financiële beleid (of het gebrek daaraan) van de regering en de schade aan de energiecentrale hebben het laatste zetje gegeven.

Ondertussen zijn we hier op Cyprus nog steeds bezig met een marathonsessie zwartepieten voor gevorderden. Zo heeft men de euvele moed om functionarissen van de brandweer en het leger te schorsen, lopende het onderzoek naar de ramp, omdat ze te laat zouden hebben gereageerd op de explosies. De voorzitter van het parlement doet flink en roept dat ‘de verantwoordelijken voor de ramp zo snel mogelijk voor het gerecht zullen staan’. Het feit dat de regering twee-en-half jaar lang munitie heeft laten slingeren, en doelbewust waarschuwingen heeft genegeerd dat de boel op ontploffen stond, is blijkbaar niet iets waar we over moeten doorzeuren.

Verder heeft de president het kabinet naar huis gestuurd (hijzelf blijft uiteraard zitten, want, zo zei hij tegen een journalist die wat lastig werd: ‘ik ben verantwoordelijkheid schuldig aan de kiezers, niet aan de media’) nadat de coalitiepartner was opgestapt. Wie er nu het land regeert, is mij eigenlijk niet helemaal duidelijk. Misschien zit Christofias nu wel lekker in zijn eentje in het presidentieel paleis, tegen zichzelf te praten. Waarschijnlijk maakt het weinig verschil.

En ondertussen gaan de blackouts door. Elke dag twee-en-half uur, soms iets korter. Soms heel veel langer: vorige week woensdag werd in het gebied van de campus van The Cyprus Institute de stroom om half drie uitgeschakeld. Toen om acht uur ‘s avonds de stroom nog steeds niet terug was, belde een collega naar de electriciteitsbedrijf. Wat ik voor de grap riep (‘ze zijn zeker vergeten die schakelaar weer om te zetten, hahaha!’) bleek geen grap maar de werkelijkheid.

Ondertussen begint de temperatuur hier lekker op te lopen. Het is standaard zo’n 36 tot 39 graden, en dan is het best pittig als de airco de hele dag niet aan mag. Dus wat doe je? Dan hoor je van een land waar het al de hele zomer regent en je denkt: daar ga ik heen. Drie-en-halve week lang.

Morgen neem ik dus het vliegtuig naar Amsterdam. Ik neem een goede vriendin mee, die volgens mij denkt dat we elke ochtend gaan beginnen met een bezoek aan een seksshop en de rest van de dag stoned in een coffeeshop gaan liggen, en nu ik er zo eens over nadenk: waarom ook niet. Ik ben immers een toerist, en dan doe je die dingen. Bovendien is het dit weekend Gay Pride, en niets is leuker dan een buitenlander met open mond zien kijken naar blote leernichten op een boot. Ik heb er nu al zin in!

Mocht ik u persoonlijk kennen (wat gek genoeg – ik word nog eens beroemd – lang niet voor u allemaal geldt), dan moeten we natuurlijk afspreken. Mijn Nederlandse nummer is onveranderd en is vanaf vrijdag weer in bedrijf. Bel mij.

3 Comments

Stroom

Huishoudelijke mededeling: ik ben tijdelijk overgestapt op de oude layout van het blog. De nieuwe heeft een paar irritante kuren gekregen. Achter de schermen werkt uiteraard een groot team koortsachtig aan een oplossing. Tot nader orde dus even Chez Thea Retro.

Sinds de power cuts is er een bijzonder fenomeen het huishouden van Chez Thea ingeslopen. Die van de nieuwe tijdrekening. Mijn digitale wekker rekent niet meer vanaf middernacht, maar vanaf de laatste stroomstoring. Op dit moment is het zondagmiddag. Het is volgens mijn laptop 14:01, maar mijn wekker leeft in een parallel universum en vindt dat het 18:44 sinds de laatste power cut is. (Dat kon inderdaad erger. Het is weekend, we hebben geluk. Ik hoop dat mijn witte wasje het nog net redt voor de boel onverbiddelijk stilvalt.) De wekker opnieuw instellen, daar is geen beginnen aan, dus ik leef gewoon met het ding mee, niet meer in jaren Na Christus rekenend, maar uren Na Stroomuitval.

En hoe is dat nou, leven zonder stroom? Nou, dat valt erg mee, zeker omdat het maar twee uur duurt, en met wat pech later op de dag nog een keer twee uur. Het electriciteitsbedrijf heeft Cyprus verdeeld in 13 districten, en om de beurt gaan twee daarvan twee uur lang op zwart. Soms is er een tweede ronde nodig, zodat je vier uur van energie verstoken bent. Thuis maal ik er geen seconde om. Je kunt de vriezer niet al te vaak open doen voor ijsblokjes in je drankje, maar verder maakt het me weinig uit.

Op het werk is het een drama, omdat wij in ons gebouw dubbel getroffen worden: onze servers staan in een ander district dan het gebouw waar ik werk, dus bij stroomuitval in beide gebouwen hebben we geen netwerk. De laatste paar dagen hadden we zes van de acht uur geen verbinding met de buitenwereld.

Ook ‘s avonds is het iets lastiger, in het donker. De eerste paar dagen werd alleen tussen 8:00 en 20:00 uur het licht uit gedaan, maar dat is verlengd tot middernacht. Ik loop rond met een kaars, maar dat deed ik ook toen ik te lui was om de huisbaas te bellen toen ik na een onweersbui geen stroom had in de badkamer en slaapkamer.

Daar komt een heel leuke ervaring bij: in de hele oude stad is de stroom uit. Alles stil en alles donker. De eerste keer dat het ‘s avonds gebeurde, ben ik een rondje gaan maken. Om de hoek meteen al grappige taferelen: in een appartement waar Fillippijnen wonen, was iedereen op het balkon gaan zitten met een kaars in het kozijn. Helaas ook met een radio op batterijen, maar goed, het kan niet allemaal feest zijn. Een paar huizen verderop zat een oud vrouwtje in de deuropening op een oude stoel een zuchtje wind te vangen. Achter haar stond een olielamp op tafel. Die heeft ze zo weer uit de kast getrokken, natuurlijk. Ik zwaaide en ze zwaaide vrolijk terug.

Het allermooiste is nog wel de stilte. Wat een herrie maakt stroom eigenlijk. Nicosia is een lawaaiige stad. Mensen gebruiken hun airco’s ‘s winters als verwarming en ‘s zomers als verkoeling, en al die bakken staan op het balkon of op het dak te ratelen als oude wasmachines. Ook restaurants maken een hoop herrie met koelkasten, vrieskisten, weet ik wat. Alles is oud en alles zoemt, rammelt en ratelt.

Maar nu was er niets dan stilte. Heerlijk. Ik hoorde alleen maar mensen praten, auto’s en brommers voorbijrijden, en het gerinkel van mensen die aan het eten zijn. Na een tijdje besefte ik waar de sfeer me aan deed denken: een camping. Af en toe kwam ik een lantaarnpaal tegen die door een of andere speling van de bedrading wel stroom had, en verder zat iedereen buiten, op een stoel, in het donker, in de stilte. Waarschijnlijk net als ik stiekem te genieten van de stroomstoring. Mensen gingen er vanzelf ook een beetje van fluisteren. Inderdaad, net als op de camping. Je zou bijna met een WC-rol over straat gaan, op zoek naar het toiletgebouw.

Toen ik in Ledra Street kwam, de Kalverstraat van Nicosia, vroeg ik aan een verloren rondlopende serveerster van een café of ze nog iets serveerden. Ze keek vertwijfeld. ‘Eh… nou, niet veel…’ Een koud drankje met een bakje nootjes? Ja, dat lukte nog. En daar zat ik, op een terras, in het donker, met verderop alleen een tafel van drie.

Bij Da Paulo, een heerlijke Italiaan bij mij in de buurt, hebben ze een houtoven, dus die gaan vrolijk verder met pizza’s bakken als de stroom uitvalt, en omdat in de zomer alle tafels buiten staan met een kaarsje erop, verandert er voor de gasten weinig. Trouwens: ik durf ook te wedden dat in de dorpen mensen gewoon lekker elke avond de souvla tevoorschijn toveren en reactionaire taal uitslaan over nieuwerwetsigheden als electriciteit. Er zullen ook zeker mensen zijn die de traditionele klei-oven, die al jaren achterin de tuin staat te verstoffen, in ere herstellen en een lekkere kleftiko maken. Als oma nog leeft tenminste, want die weet nog als enige hoe het moet. Stel ik mij zo voor.

Ik geniet er maar van zolang het duurt. Grote bedrijven snorren steeds vaker generatoren op, zodat de stilte over een paar dagen of weken vast wel een stuk minder oorverdovend zal worden. Verder zijn noodgeneratoren uit Israel aangekomen, die uit Griekenland onderweg, en er is baanbrekend nieuws: het bezette noorden gaat ons electriciteit leveren. Het noorden heeft jarenlang stroom geleverd gekregen van het zuiden zonder ervoor te betalen, dus heel veel Cyprioten zullen nu mopperen dat het zal ze geraden zijn. Maar ook veel mensen vinden het verschrikkelijk om iets aan te moeten pakken van de bezetter. Ik las een paar dagen geleden op Twitter een bericht van iemand die zei dat hij, als die deal door zou gaan, uit protest zijn hoofdschakelaar om zou zetten tot de republiek zichzelf weer kon bedruipen.

En zo is dit, zoals alles, ook weer een verhaal over noord en zuid geworden. Morgen wederom een demonstratie, en het moet de grootste tot nu toe worden. Het schijnt de bedoeling te zijn dat we met z’n vijftienduizenden op komen dagen – wat absurd veel is, maar het zou zo maar kunnen.

Het is inmiddels 21:19 NS (Na Stroomuitval, en ja, ik heb ook nog even tussendoor een siësta gehouden), dus ik moet er hoognodig een eind aan breien. Laat ik u alleen nog even de wekelijkse column uit de Cyprus Mail lezen, die zogenaamd de mening van de oude mopperende mannetjes van een naamloze koffiezaak voorstelt. Men heeft een uitgesproken hekel aan de president, die ‘our comrade leader’ wordt genoemd (want communist), en weet alles met een azijnzuur sarcasme te brengen waar ik enorm om kan lachen. Deze week over de advocaat die is aangesteld om het drama te onderzoeken. Als uw Engels het aankan, lees en geniet.

Boem

Potverdorie. Zo zit je na het eten lekker op de plee de reclamefoldertjes door te nemen, en zo is het pikdonker.

Onverwachte problemen leveren die power cuts op… Naast mijn bed ligt zo’n bouwvakkerslampje dat ik ooit heb gekocht voor bij het kamperen, maar ik had even buiten de verrassing gerekend dat het licht ook best op zwart kan springen als je even eh, bezet bent.

Gelukkig had ik gisteravond weinig last van de stroomuitval, want ik moest toch net het huis uit, demonstreren. Het natuurlijke plein daarvoor is normaal gesproken Plateia Eleftheria, Plein van de Vrijheid. Een grappige naam, want in vertaling is dat hetzelfde als Tahrir Square, het plein in Egypte waar mensen net zo lang demonstreerden tot de dictator ten val kwam.

Een dictator hebben we hier niet. Wel een president, officieel communist, die zich overduidelijk niet zo veel gelegen laat liggen aan het gepeupel. Na de ontploffing van maandag, die het land nog maanden lam zal leggen en die aantoonbaar veroorzaakt is door ernstige nalatigheid van zeker vijf ministeries en het leger, liet hij zich niet zien, tot gisteren. Toen hield hij een matte toespraak op tv, waarin hij de demonstranten fascisten en rechtsextremisten noemde en vergeleek met coupplegers. De excuses waar veel mensen op wachtten, bleven uit.

Dat we hier niet bepaald te maken hebben met een club ongeregeld tuig, kun je zien in een leuke ‘time lapse’ video van het plein dat langzaam volloopt voor de eerste dag van de demonstraties. Nogmaals, dit is nog nooit gebeurd in Cyprus sinds de inval van de Turken in 1974.

Πλατεία Ελευθερίας, 12.7.2011 from Parathyro blog on Vimeo.

Dit was inderdaad Plateia Eleftheria, min of meer het centrum van Nicosia en het natuurlijke zwaartepunt voor een demonstratie. Maar er wordt gebouwd, waardoor er weinig mensen op passen, en men had een appeltje te schillen met de president, en die woont en werkt een eindje verderop in het Presidential Palace. Dus trok men naar die residentie, ongepland en ongeregeld, dwars door het drukke verkeer van Nicosia. Verhaal halen.

Sindsdien staat er elke avond een menigte op de rotonde voor het paleis, in plaats van op het Plateia Eleftheria. Georganiseerd via Facebook en Twitter, net als bij de grote broers van dit revolutietje. Of de president op die momenten ook thuis is, is onduidelijk, maar het is een machtig gezicht. Gisteren zei ik al dat Cyprioten niet demonstreren, tenzij ze door hun partij of vakbond zijn verordonneerd om op te komen dagen. Ik schreef ook dat het protest van die dag was vervallen in sectarisch gescheld, maar dat is blijkbaar veranderd, of de mening van een stel Twitteraars waar ik niet naar had moeten luisteren. Gisteravond stonden hier duizenden mensen, veel jongeren, maar ook oude dametjes in het zwart met een knotje in het haar, vrouwen met kinderen, echtparen van middelbare leeftijd. Er is een klein geïmproviseerd podium, en iedereen die dat wil, mag zijn zegje doen. Er staat gewoon een keurige rij, te wachten op een microfoon die zo goed en zo kwaad als het gaat, beheerd wordt door een jongen in een T-shirt en korte broek.

Mensen zijn heel, heel kwaad. Ze schreeuwen zo hard in die microfoon dat hun stem overslaat, en soms kunnen ze niet verder van emotie. Je hoeft geen woord Grieks te spreken om de strekking te begrijpen. Soms wordt er beleefd geluisterd, maar vaak komt er een groot applaus, en soms raakt iemand zo’n gevoelige snaar dat de menigte klapt en joelt en spreekkoren door de massa trekken. Gisteravond was ik er voor het eerst. Het grootste applaus was voor de man die zei dat Christofias z’n reet te groot is om te blijven zitten op de stoel van president. (Hij is inderdaad nogal aan de maat.) Ook heel populair was het meisje dat een boodschap van steun meebracht van ‘de overkant’: de Turks-Cyprioten.

Voor het hek van de residentie van de president. Ik sta hier redelijk vooraan; achter en links van mij staan nog veel meer mensen.

Onder de soldaten die omkwamen was een stel tweelingbroers. Op het bord van deze twee meisjes - ook een tweeling - staat 'Wij wensen de moeder van de tweeling-engeltjes veel sterkte'. Een beetje pathos is aan een Cyprioot wel besteed, dus ze waren de lievelingen van de demonstratie.

Ondertussen is het duidelijk dat de stroomvoorziening nog maanden een probleem zal zijn in Cyprus. Eigenlijk is het te ironisch voor woorden: Cyprus is een tot de tanden toe bewapend land, met meer legerbases dan glasbakken. Maar in plaats van door de vijand, is het land nu met één welgemikte klap door de eigen defensie naar de knoppen geblazen. Met zo’n leger heb je geen vijand meer nodig.

De economische gevolgen zijn heel groot. Ten eerste was deze centrale de nieuwste en veruit de grootste. De andere twee waren na het in gebruik nemen van de nieuwe centrale, min of meer bedoeld als backup. Ze zijn oud, hebben storingen, en de energie die er wordt opgewekt is duur. De rekening voor huishoudens en bedrijven, zal flink omhoog gaan en dat zal veel bedrijven, die toch al aan hun plafond zaten, de kop gaan kosten.

Ten tweede was de capaciteit van de vernielde centrale zo’n 60%. Het uitvallen zorgt voor een groot tekort, zoals wij nu al vier dagen merken, maar dat tekort zal ook nog eens maanden en maanden gaan duren. De schattingen lopen uiteen van zes maanden tot een jaar. In de perioden dat de stroom wordt afgesloten, werken websites en soms ook mobiele netwerken niet, kunnen mensen elkaar niet bellen over vaste lijnen, is de lift nemen onveilig, vallen geldautomaten spontaan uit, inclusief betaalautomaten in winkels, durven de toch al schijterige Cyprioten ‘s avonds niet meer over straat en wordt er in winkels ingebroken zonder dat het alarm afgaat. Elke middag steek ik drukke kruispunten over samen met tientallen andere auto’s die allemaal op hetzelfde moment doen alsof hun licht op groen staat. Al met al een behoorlijke slag voor de economie en het dagelijks leven. Economen hebben al gezegd dat de recessie nu weer terug bij af is.

Ten derde kost dit de overheid zeker een miljard euro. Dan gaat het om het herstellen van de centrale zelf, die 2,1 miljard kostte, het inkopen van noodaggregaten uit Israël en Griekenland, schade vergoeden, het langer laten doordraaien van oud materieel en meer van zulke dingen. Deels komt dat geld uit de verzekering, dus het is minder erg dan het in eerste instantie lijkt. Maar Cyprus heeft geen geld. Het land dreigt al een tijdje in dezelfde situatie te belanden als Griekenland (we doen tenslotte het liefst het moederland in alles na, ook in creatief boekhouden, financieel wanbeleid en oplopende tekorten), en dat schrikbeeld komt nu wel erg dichtbij. Voorlopig springt de EU bij. Maar wat als die, in ruil voor hulp, hervormingen wil?

Al met al het eiland met deze ramp behoorlijk vernaggeld. Tijdens de stroomstiltes zitten mensen bij elkaar, hun hoofd te schudden of heftige debatten te voeren. De overheid doet verder weinig, behalve mensen oproepen hun airco’s niet te gebruiken, maar daar luistert niemand naar.

Ikzelf hoop dat dit de Cypriotische politiek zo’n klap geeft, dat het wel anders moet. Dat mensen uit hun verzuilde clubje van ultra-nationalist, communist, conservatief en religieus kruipen en besluiten dat er problemen opgelost dienen te worden. Aan de andere kant: als een bezetting door Turkije dat al niet voor elkaar krijgt, dan is dat misschien wat optimistisch. We gaan het zien. Eerst maar weer eens een avondje demonstreren.

6 Comments